Boude stellingen van Baudet, maar er klopt niets van

14-01-2012 10:00

Onze welvaart hebben we niet te danken aan de euro en vrede niet aan de Europese eenwording. Zonder Europese eenwording zouden we zelfs rijker zijn en vreedzamer kunnen leven. Columnist Thierry Baudet (promovendus rechtsfilosofie, docent aan de Universiteit van Leiden) schreef in NRC een column die deze twee fundamenten van Europa, vrede en welvaart, probeert te ontkrachten. Niet toevallig verschijnt deze column net na het nieuwe boek van Geert Mak, De hond van Tisma. Bij Nieuwsuur was Geert Mak duidelijk over zijn euro-angsten: “Ik vrees dat het voorbij is”. Volgens Baudet zou zo’n einde echter een groot feest inhouden: rijkdom en vrede ligt voor het grijpen, als je tenminste een beetje met de feiten speelt.

De column is daarmee precies een uitvloeisel van wat Geert Mak zegt: “En ondertussen loopt het publieke geduld met het Europese project ten einde. Deze crisis beweegt zich nu langzaam van een financiële ramp naar een politieke catastrofe. Er wordt, en dat beseft het Brusselse vergadercircuit deels wel, maar deels ook niet, van kiezers en burgers, overal in Europa, een geduld, loyaliteit, wijsheid en visie geëist die zo langzamerhand bijna bovenmenselijk is”. In elk geval voor Baudet, zo blijkt uit zijn column.

Vrede
Volgens Baudet kan Europa niet als vredesmachine worden gezien, omdat de periode van eenwording en vrede niet voorafgegaan werd door oorlog. Nee, afgezien van de Eerste en Tweede Oorlog was er een “vrijwel onafgebroken” honderdjarige vrede in Europa. Van het einde van Napoleon in de Slag bij Waterloo in 1815 tot de kogel die prins Frans Ferdinand van Oostenrijk dodelijk raakte in 1914; alles pais en vree in Europa. Slechts drie noemenswaardige oorlogen tussen Europese staten kunnen worden genoemd: de Frans-Pruisische, de Pruisisch-Oostenrijkse en de Frans-Oostenrijkse. Zijn bewijs dat de Europese eenwording de laatste decennia geen “halve eeuw van vrede” heeft gebracht? De oorlogen in Algerije (onafhankelijkheidsstrijd), de Balkan, Irak en Afghanistan. Hier zie je de vergelijking al mank gaan: oorlogen tussen Europese staten worden vergeleken met oorlogen tussen Europese staten en niet-Europese staten.

Sterker nog: juist de oorlog op de Balkan werd gelegitimeerd door het Europese project. Joschka Fischer, minister van Buitenlandse Zaken van Duitsland greep in 1999 in met de woorden: “Wir haben immer gesagt: ‘Nie wieder Krieg!’ Aber wir haben auch immer gesagt: ‘Nie wieder Auschwitz!’”. Juist de verdediging van Europese humanistische waarden, gaf Duitsland de ruimte om de welvaart en vrede op de Balkan te beschermen. Baudet zou de oorlogen tussen staten binnen het verband van de Europese Unie de afgelopen vijftig jaar eens moeten beschrijven. Hij zal niet ver kunnen komen. In de negentiende eeuw juist wel.

De 19e eeuw zat vol met oorlogen
Juist de imperialistische oorlogen tussen Europese staten onderling en tussen Europese en niet-Europese staten zijn talrijk in de negentiende eeuw. Half Afrika werd onder de voet gelopen en vermalen tussen de raderen van nationale politici met sociaal-darwinistische ideologieën. De negentiende eeuw was allesbehalve een eeuw van vrede. Oorlogen als de Krimoorlog en de vele revoluties in Midden- en Oost-Europa markeren een Europa dat buitengewoon onrustig was. Daar komt bij dat twee revoluties samenkomen in de negentiende eeuw: de industriële revolutie en de consequenties van de Franse revolutie. Dat gaf de opmaat naar democratiseringsbewegingen, nationalistische opstanden en revoluties, waarbij imperialisme en nationalisme hand in hand gingen.

Tenslotte stelt Baudet dat enkel de angst voor de Sovjet-Unie ervoor gezorgd heeft dat Europese staten niet onderling oorlog voerden. Rusland zou vervolgens door twee oorzaken uiteen zijn gevallen: de wapenwedloop (powerplay van de yankees) en opkomend nationalisme binnen de Sovjet-Unie. Natuurlijk speelt de NAVO en de gezamenlijke dreiging een rol. Over de economische oplopende verschillen stelt Baudet echter niets. Dat is jammer. Want daar ligt juist de kern van de ondergang van de Sovjet-Unie. De expansie van het communisme is juist in Europa gestopt omdat de bevolkingen te welvarend was om voor absolute gelijke armoede te kiezen. Kenmerkend voor de Europese samenlevingen was de combinatie van het kapitalisme en de verzorgingsstaat; iets dat enkel betaald kon worden door toenemende handel tussen onder andere Europese landen. Dat was veel belangrijker dan de Sovjetdreiging.

Welvaart
Dan de euro. Die zou onze welvaart niet garanderen, maar eerder bedreigen. Hiervoor geeft Baudet twee argumenten. Ten eerste doen volgens Baudet landen als Duitsland en Nederland het economisch slechter dan zou kunnen, omdat ze moeten betalen voor landen als Portugal, Griekenland en Ierland. De langdurige tekorten op de handelsbalansen van de laatste groep landen doen echter iets anders vermoeden: jarenlang hebben we als Noord-Europa het mooie Zuid-Europa voorzien van importen én kredieten om die importen te kunnen betalen. Ten tweede zouden de munten van Nederland en Duitsland flink duurder moeten worden zonder Zuid-Europa, sommige economen stellen 30 tot 40 procent. Zo gek is het dus nog niet om wat zwakkere broeders in de groep te hebben.

Los van de politieke redenen zijn er dus ook economische redenen om voor de euro te pleiten. Hoe groot echter precies de voordelen zijn is niet direct te meten, want hoe zou het zonder euro zijn verlopen? En hoe meet je de indicator vertrouwen, doordat regels en munten gelijk zijn tussen twee buitenlandse handelspartners? Hoe groot de nadelen zijn, is evenmin precies te stellen, mede omdat je niet zou weten hoe handelspatronen zouden verlopen als in Zuid-Europa devaluaties hadden plaatsgevonden de afgelopen tien jaar. Baudet stelt ook dat het Zweden, Denemarken en Polen economisch beter is vergaan, zonder euro. Alle drie deze landen maken gebruik van de Europese interne markt, die van groter belang is dan de euro. Ook hier betaalt Europese eenwording zich met klinkende munt uit. Het CPB berekent dit voordeel op ten minste één maandsalaris per jaar extra voor elke Nederlander.

Interne markt is nodig
Wat betreft het tweede argument van Baudet: het zijn het drie verschillende landen. Denemarken heeft een vast wisselkoerssysteem dat gekoppeld is aan de euro. Zweden zal te zijner tijd de euro introduceren. En de groei van Polen is aan andere factoren te wijden dan een eigen munt (de zloty heeft juist last van de eurocrisis). De drie landen zijn dermate met Europa verweven dat zij (met name Denemarken en Zweden) in feite functioneren als eurozonelanden zonder euro. Dat zou niet betekenen dat als de interne markt of de euro ophoudt te bestaan, dat iedereen dan beter af is. Juist omdat er zo’n massief blok is met schaalvoordelen, kunnen kleine landen eromheen functioneren. Dat geldt net zo goed voor Noorwegen en Zwitserland, als voor de Scandinavische landen.

Baudet ontkent deze feiten en stelt dat vaste wisselkoerssystemen en multilaterale verdragen voldoende zijn om de economische eenwording van het Europees economisch verkeer te dragen. Denkt hij nou werkelijk dat de mislukking van een eerdere poging, het European Exchange Rate Mechanism (ERM), nu opeens wel zou slagen? Wie stelt, dient te bewijzen.

Academische pretenties
Baudet stelt in zijn stuk dat de argumenten dat Europese eenwording gedragen wordt door vrede en welvaart door de euro “onhoudbaar” zijn. Nergens maakt hij dat op fatsoenlijke wijze duidelijk. Sterker, het lijkt erop dat Thierry Baudet zijn afkeer van Europa als instituut laat vloeien in elk onderwerp dat voorbij komt. Of dat nou defensie, economie of rechtspraak is. Bekend zijn onder andere zijn harde aanvallen op het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, die door hoogleraren wordt gekraakt. Baudet gaat uit van de absolute soevereiniteit van een natiestaat, eigenlijk gebaseerd op de Vrede van Westfalen van 1648. Baudet kan alles wat daarmee enigszins op gespannen voet staat dan ook niet hebben. Die grieven uit hij via kritiek op de euro, de rechter, de EU of via een proefschrift over de natiestaten. Een column in de NRC, geschreven door een academicus van beroep, zou feitelijk en gedegen moeten zijn. Daar schort het hier ernstig aan.