Voorbij het eigen gelijk
 
 
Media & TV

Interview: NRC-correspondent Oscar Garschagen verruilde Israel voor Shanghai

'Het China van Mao bestaat niet meer'

NRC-correspondent Oscar Garschagen verruilde in 2007 standplaats Israël in voor de Chinese miljoenenstad Shanghai. “Ik ontdekte al snel dat het China van Mao niet meer bestond.”

Waarom maakte je in 2007 de overstap van Israël naar Shanghai?
“Dat was op verzoek van de hoofdredactie. Bettine Vriesekoop zat al namens de krant in Peking, maar in aanloop naar de Olympische Spelen wilden ze de verslaggeving uit China opschroeven. In een functioneringsgesprek had ik al eens laten vallen dat ik graag naar China wilde mocht er een kans komen, dus vroegen ze mij.”

Waarom was je geïnteresseerd in China?
“Eerder ben ik correspondent geweest in de Verenigde Staten. Daar schrijf je voor de helft over de VS en voor de andere helft over de VS en het buitenland. In mijn periode ging het behalve over Joegoslavië enorm veel over China, omdat onder Clinton, de toenmalige president, de economische banden met het land waren geopend.

Daarnaast kies ik een correspondentschap niet omdat ik iets met een land heb, maar omdat ik denk dat ik er interessante verhalen kan maken. Ik zou bijvoorbeeld nooit in Italië willen zitten, waar het decennialang alleen maar over cultuur ging. Een economisch hart als Shanghai trekt me dan veel meer.

China is ook niet zomaar een land, je moet er op voorbereid zijn. Je moet ervaring hebben als correspondent om het in een land als dit enigszins te kunnen bolwerken.”

Maar je voormalig mede-China-correspondent Bettine Vriesekoop had geen enkele ervaring als correspondent.
“NRC kiest niet alleen correspondenten in de hard nieuws-sector. Bettine was aantrekkelijk als correspondent omdat ze veel kennis over China heeft. Haar columns en inkijkjes in de Chinese samenleving waren enorm interessant.”

Wat was je idee over China toen je hierheen ging?
“Ik was redelijk ingelezen, ik wist hoe het economische en politieke systeem in elkaar stak en kende de geschiedenis. Voor de rest heb ik me laten verrassen.”

Wat is het meest anders gebleken?
“Ik ben opgegroeid met de beelden van het Mao-tijdperk. Daardoor denk je snel dat alles tot in de kleinste details is gecontroleerd: waar je werkt, hoe je je kleedt, met wie je trouwt, en ga zo maar door. Maar ik ontdekte al snel dat het China van Mao niet meer bestond.

De aardigheid van de mensen heeft me vooral verrast, in positieve zin. Het land oogt aan de buitenkant ontoegankelijk door het systeem en de communistische partij, maar dat valt allemaal hartstikke mee. Als je Chinees spreekt, breekt dat het ijs. Dan is het een enorm prettig land om te werken.”

Hoe heb je Chinees geleerd?
“Ik volg wekelijks een les. Of het makkelijk is? Nee, in tegendeel. Ik ben nu in de fase van gesprekslessen, maar dat heeft me een paar jaar gekost. Frans of Duits kun je in een paar maanden leren, maar dat geldt niet voor Chinees.”

Hoe ga jij in China op zoek naar verhalen?
“Je hebt het reguliere nieuws over wat er politiek en economisch gebeurt, dat is vrij algemeen nieuws waar je een eigen invulling aan probeert te geven. Met de machtswisseling bij het Politbureau ben ik bijvoorbeeld op zoek gegaan naar waar de geschiedenis van de nieuwe president Xi Jinping ligt. Verder schrijf ik over Nederlandse en Europese bedrijven, over lokale politiek, milieu, dat soort zaken.

En hoe zoek je je bronnen?
“Ik weet niet of ik dat tegen een student journalistiek moet zeggen, maar ik ga in de eerste plaats op zoek naar mensen die goede quotes hebben en daarnaast zeggen wat ik wil weten. Maar ik ga ook naar mensen die precies het tegenovergestelde zeggen.”

Is het in China niet moeilijk om mensen aan het praten te krijgen?
“Soms is het hartstikke lastig om in China iemand te vinden die iets wil zeggen over een gevoelig onderwerp. Het is me zeker wel eens gebeurd dat ik gewoon geen geschikte bron kon vinden voor een verhaal. Soms zijn onderwerpen politiek enorm gevoelig, dan zijn hoogleraren en andere hooggeplaatste personen heel terughoudend. Toch wordt het na verloop van tijd makkelijker, als je hier eenmaal gesetteld bent en weet waar je het moet zoeken.”

Wat is het tofste wat je ooit hebt gedaan?
“Toen ik een portret moest maken van de nieuwe leider van de Communistische Partij Xi Jinping, ben ik naar een familie gegaan die hele nauwe banden had met Jinping. Het is geweldig om zo dicht bij zo’n onbereikbaar persoon te komen. Iets anders waar ik trots op ben, is dat ik een van de eerste journalisten was in Wukan, een dorp in het zuidoosten van China, toen daar een van de grootste opstanden uit de Chinese geschiedenis plaatsvond. Ik was daar toevallig omdat ik verhaal wilde schrijven over een plaats waar omstreden dorpsverkiezingen werden gehouden, maar eenmaal daar bleken historische demonstraties tegen landonteigening gaande. Als je hier woont en rondreist, kom je dat soort dingen tegen.”

Hoeveel stukken moet je per week leveren aan NRC Handelsblad en NRC.Next?
“Daar zit geen criterium aan. Men verwacht van mij dat ik er met mijn stukken voor zorg dat de geïnteresseerde lezer op de hoogte is van wat er gaande is in China.”

Heb je weleens te maken gehad met corruptie?
“Niet persoonlijk. In de Chinese journalistiek is wel corruptie, maar ik heb afspraken met de krant dat ik nooit inga op omkoperij.”

Wat voor afspraken?
“Er zijn veel bedrijven die journalisten compleet in de watten leggen met luxe hotels en cadeaus als ze hun jaarcijfers gaan presenteren. Ik heb met de krant de afspraak dat ik daar nooit op inga. Als ik toch over de jaarcijfers van dat bepaalde bedrijf schrijf, ga ik er wel naartoe, maar dan betaal ik zelf mijn vliegticket en hotel. Voor freelancers is dat anders, die zouden er uit financiële overwegingen makkelijker op in kunnen gaan.”

Hoe kijk jij aan tegen je Chinese collega’s?
“Erg positief. Er zitten veel goede tussen. Het is natuurlijk wel zo dat kranten gestuurd worden door de regering. Hoofdredacteuren krijgen elke dag instructies vanuit Peking wat ze met bepaalde onderwerpen moeten doen. Stel dat Xi Jinping ergens op bezoek is, dan krijgen de kranten instructies uit Peking dat dat de volgende dag op de voorpagina moet staan. Ook doen de autoriteiten in grote mate aan damage control. Een groot treinongeluk dat een paar jaar geleden plaatsvond, moest worden gebracht met de enorme inspanning van de hulpverleners en de dankbaarheid van de slachtoffers als invalshoek. Zo gaat dat hier. Maar het is absoluut niet zo dat ieder stukje wordt geschreven door een journalist die is gehersenspoeld.

Overigens maken journalisten zich soms ook schuldig aan corruptie. Sommigen bieden bedrijven aan een negatief stuk niet te publiceren als ze met een zak geld komen.”

Vorig jaar werd een collega van Al-Jazeera het land uitgezet. Ben je daardoor voorzichtiger geworden?
“Nee, niet echt. Ik ben er niet echt van geschrokken, maar het heeft me wel verbaasd. Veel van de verhalen waarom ze het land uit is gezet, hebben andere media ook gemaakt. Bijvoorbeeld het verhaal over de ‘black jails’ dat zij had gemaakt, is ook op de Nederlandse televisie geweest. Ik denk dat haar uitzetting geldt als een soort waarschuwing, waar nog eens bijkomt dat ze half-Chinees is. Maar naar de echte reden blijft het gissen. Ik weet van een aantal freelance journalisten dat ze wel voorzichtiger zijn geworden, vooral rond de tijd dat er weer visa en werkvergunningen moeten worden aangevraagd.”

Heb je weleens te maken gehad met intimidatie?
Ja, zeker. Een tijdje geleden zijn m’n assistent en ik gearresteerd toen we een verhaal maakten over ‘de rondreizende buddha’. Dat is een hooggeplaatste Tibetaan, net onder het niveau van de Dalai Lama, die rondreist om Tibetaanse studenten in te wijden. Ik had een afspraak met hem in Chengdu, een regio met veel Tibetanen waar hij toen was. Toen ik hem aan het interviewen was, kwamen er dertig politieagenten binnen die me meenamen. Ik werd verhoord waarom ik daar was en wat ik deed. Na verloop van tijd kreeg ik mijn paspoort weer terug en mocht ik gaan, maar ik moest Chengdu wel verlaten. Eenmaal terug in Shanghai moest ik op audiëntie komen bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken.”

Ben je weleens bang dat je assistent gevaar loopt?
“Ja, zeker. Sterker: ik heb het al eens meegemaakt. Toen bij dat incident in Chengdu heeft mijn toenmalige assistente daar veel last van gehad, vooral van bedreigingen. Bijvoorbeeld dat ze haar ouders wat aan zouden doen. Echt schuldig voel ik me daar niet over, want Chinese journalisten die samenwerken met buitenlanders weten dat ze een bepaald risico lopen. En in dit specifieke geval in Chengdu wist mijn assistent dat we een Tibetaan zouden interviewen. Ze houden er wel rekening mee, maar ze kiezen er toch voor omdat ze het de moeite waard vvinden. En buitenlandse media betalen meestal een stuk beter dan Chinese media.”

Is er weleens een Chinees in de problemen gekomen omdat jij diegene had geïnterviewd?
“Ik heb eens Cheng Guang, klokkenluider op het gebied van corruptie, geïnterviewd. Die zit nu een gevangenisstraf uit. En zo zijn er nog wel een paar gevallen van mensen die ik heb geïnterviewd die nu in de gevangenis zitten. Maar je kunt natuurlijk nooit weten of alleen jouw interview daar aanleiding voor is geweest.”

Zijn er gevallen waarin je hebt besloten om een interview dan maar niet te publiceren?
“Nee. Mensen zijn zelf verantwoordelijk voor hun veiligheid. Ik kan wel iemand anonimiseren in een verhaal.”

Wat maakt het lastig om in een land als China te werken?
“De geslotenheid van de regering. Hoge functionarissen, zoals partijsecretarissen, ministers en managers van grote staatsbedrijven, laten zich maar moeilijk strikken. Bij ons in Europa is het voor journalisten niet ongebruikelijk om af en toe een groepsgesprek met Angela Merkel bij te wonen. Dat is hier ondenkbaar. En als er dan bij hoge uitzondering wel een interview wordt gegeven, dan krijg je de volledige propagandamachine over je heen. Ruimte voor vragen is er niet, alles is al tot in de puntjes geregisseerd.”

Hoe bevalt jou het leven in Shanghai?
“Enorm goed. Ondanks dat er 23 miljoen mensen wonen, valt het me steeds weer op hoe leefbaar het is. Toen ik hier net was moest ik er wel aan wennen dat het vol is, maar dat went snel. Je moet er tegen kunnen dat je personal space wat kleiner is. Maar als je daar aan gewend bent, is Shanghai een van de meest leefbare supersteden ter wereld.”

Heb je veel Chinese vrienden?
“Vrienden niet echt, wel kennissen.”

Waar ligt dat aan?
“Vooral aan mezelf. Ik ben niet het type om snel hechte vriendschappen op te bouwen. Aan de Chinezen ligt het zeker niet, dat zijn hartstikke aardige mensen. Ze zijn absoluut niet meer gesloten of afstandelijk.”

Hoelang ben je van plan nog in China te blijven?
“Met de krant heb ik afgesproken dat ik ieder geval tot 2015 blijf. Daarna zien we wel. Ik heb het hier nog steeds naar m’n zin en vind het land nog steeds interessant. Ik denk ook dat je betere stukken schrijft naarmate je meer van een land weet.”

Zou je niet liever in het politieke hart Peking wonen?
“Dat is een goede vraag. Maar ik Peking is de luchtvervuiling de afgelopen jaren een heel serieus probleem geworden. De afgelopen tijd is de lucht meermaals levensgevaarlijk geweest. Ik denk er weleens over na, maar ik ben er met de snelle trein binnen vijf uur. En als je in Peking woont, kom je niet dichter bij de partijtop dan wanneer je in Shanghai woont. Je zit iets dichter bij ministeries en het propaganda-apparaat, maar het voordeel van Shanghai is dat het de economische hoofdstad is.”

 
 
Toon / Verberg Reacties
Als iedereen slaapt, zijn wij wakker.