Voorbij het eigen gelijk
 
 
Recensie

Arnold Karskens leest (en spreekt) Joris Luyendijk

Over 'Onder bankiers' en Russische roulette spelen met andermans hoofd

Joris Luyendijk schreef in de beste stijl van ‘slow journalism’ een verhelderend boek Dit kan niet waar zijn over hebzucht en egoïsme in de financiële wereld. Natuurlijk zijn er de grappen. Zoals over de corpulente beursvloermedewerker die door een pestende collega wordt gevraagd waarom hij zo dik is. “Omdat ik iedere keer dat ik jouw vrouw neuk een koekje van haar krijg.”

Russisch roulette

Onderzoeksjournalist Joris Luyendijk verzamelde talloze moppen van de zomer 2011 tot de herfst van 2013 toen hij zo’n 200 mensen serieus sprak over de zakenbankiers in de City van Londen. De reden: In 2008 was de wereld ternauwernood aan een financiële melt down ontsnapt. ‘Wat Al-Qaida in september 2001 bij lange na niet lukte, had de financiële sector in september 2008 op een haar na wel teweeggebracht: de diepe ontwrichting van onze samenleving.’ Hij vroeg zich af of de schuldige bankiers inderdaad zulke rotzakken zijn. Welnu: De nietsontziende hebberigheid is er nog steeds. Bankieren anno nu is ‘Russische roulette spelen met andermans hoofd’, concludeert Joris. Het risico is voor de ander: ‘bij kop profiteer ik, bij munt verlies jij.’

‘Een probleempje’

Spijt is er niet bij de boosdoeners. De crash, ingezet door de val van de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers omdat die rotzooide in slechte hypotheken, wordt weggezet als ‘een probleempje’. Excuses maken hoeft niet, is de houding: ‘Alsof na een dopingschandaal alle sporters fout zijn,’ vertelt een managing director tegen Luyendijk die concludeert dat dezelfde mentaliteit heerst als bij de internetzeepbel ‘toen rond de eeuwwisseling een slordige 3500 miljard euro verdampte.’ We spelen met vuur door heren in dure maatpakken ons geld toe te vertrouwen.

Drukke bavianen

Echt sexy is de haute finance niet, maar antropoloog Luyendijk duikt lang in zijn onderwerp, spreekt mensen vaak meerdere malen die zo allemaal een bouwsteen bijdragen tot een informatief boek. Zo leren wij op soms humoristische wijze de ongeschreven regels, taboes en de interne hiërarchie. ‘De City is net een dorp, of een stam.’ De 250.000 werknemers worden met dieren geassocieerd. In het middle- en back-office, heten ze ‘bijen’ of ‘bevers’. In het meer zichtbare frontoffice ‘wolven’ en ‘tijgers’, maar ook ‘hyena’s’, ‘slangen’ of ‘drukke bavianen.’

Verkeersvliegtuig zonder piloot

Wie vraagt of een product wel moreel verantwoord is wordt uitgemaakt voor ‘socialist’. En met muppets worden klanten bedoeld. De rol van de quants wordt uitgeplozen, nerds die met logaritmische formules computerprogramma’s ontwerpen die automatisch effecten kopen en verkopen en waarvan de balans alleen inzichtelijk wordt door de toets F9 in te drukken. Luyendijk gebruikt als metafoor een vliegtuig dat de geglobaliseerde wereldeconomie voorstelt. De financiële wereld vormt de cockpit. Die is leeg. Niemand heeft nog het overzicht. Niemand heeft de controle. Niemand neemt de verantwoordelijkheid. En de passagiers -wij dus met ons pensioen- en spaargeld- hebben het niet door.

Stupid o’clock

Maar hoe komen al die mensen zo gek om dubieuze beleggingsproducten te blijven verkopen en rentevoeten en valutawaarden te blijven manipuleren? Dat komt omdat de druk enorm groot is. Voor de kwart miljoen werknemers in de ‘City’ bestaat geen baangarantie. Binnen een half uur kun je op straat staan, letterlijk met een doos onder je arm. Ze werken dag en nacht tot stupid o’clock. Graaien is noodzaak. Oftewel: Greed is good. Wat je aanricht met de verkoop van vaak vage producten interesseert je niet. ‘De druk is enorm, en de makkelijkste manier om meer te verdienen is meer risico nemen.’ Het gevolg laat zich raden: ‘Uiteindelijk is het erger dan het casino, daar weet je de kansen.’

Tony Blair

En dan de kardinale vraag: Kan een crash nogmaals gebeuren? Volgens Luyendijk is op de near miss van 2008 gereageerd met symptoombestrijding. Structureel is op enkele nieuwe regels na alles bij het oude gebleven. Zeker qua mentaliteit: ‘Wat zou een bankier bij Goldman doen als-ie 5 miljoen dollar had? – Vragen waar de rest is gebleven.’

Journalisten sliepen of lieten zich inpakken met onleesbare jaarrapporten. Hetzelfde geldt voor politici die net zo zelfzuchtig zijn als veel zakenbankiers. Oud-premier Tony Blair, een socialist, veranderde niets aan het systeem en plukt nu de cash, naar zeggen 2,5 miljoen pond per jaar, als bankadviseur bij Goldman Sachs.

Dat laatste is geen grap.

Dit kan niet waar zijn. Onder bankiers. Joris Luyendijk. Uitgeverij Atlas Contact. Prijs 19,99 euro. Lees het interview: ‘Daar viel je bek van open’. Karskens meets Joris Luyendijk in zijn serie ‘Journalist te koop’ (deel 4) op ThePostOnline Magazine.

   
 
 
Toon / Verberg Reacties  
 
Sinds september 2017 moet je ingelogd zijn op Facebook om hieronder meer dan de standaard aantal reacties te laden.
Het gaat hier helaas om een verandering die Facebook zelf heeft doorgevoerd.
Maar je kunt ook reageren via Disqus.
Als iedereen slaapt, zijn wij wakker.