Voorbij het eigen gelijk
 
avatar
     
Interview

‘Mijn verhaal kan letterlijk levens redden’ -Dubbelinterview met Klaas Pieter Derks en Martin Harms

Professionals met psychische problematiek II

Klaas Pieter Derks is een duizendpoot en als professional een ‘high flyer’. Hij is landelijk adviseur werkgeversdiensten binnen het UWV en heeft tal van nevenfuncties vervuld. Daarbij is hij ook een mens met angsten en depressies. Daar communiceert hij zo open mogelijk over, als onderdeel van zijn inspanningen om van deze wereld een betere plek te maken. Martin Harms is een van de directeuren die onder de raad van bestuur van het UWV vallen. We bespreken de ontwikkelingen rond neurodiversiteit binnen het bedrijf en de rol van Klaas Pieter daarin in het UWV-gebouw, vlak bij Amsterdam Sloterdijk.


Klaas Pieter, jouw baan houdt in dat je adviseurs door heel Nederland aanstuurt, om samen met gemeenten en andere instanties werkgevers te helpen bij het vinden van geschikte werknemers?

“Dat is juist. Ik maak deel uit van een team van tien landelijke adviseurs. We zijn over alle arbeidssectoren van Nederland verdeeld. Omdat ik lange tijd als landelijk projectmanager Wajong heb gewerkt, pak ik ook alle zaken binnen ons team op die met de Wa-jong verband houden”.

Practice what you preach

Martin Harms, jij bent directeur Human Resources Management (HRM) binnen het UWV. Als ik jullie organogram goed begrepen heb, maakt dat jou één van de drie topmensen?

De top van het UWV bestaat uit een Raad van Bestuur, met drie leden. Onder de Raad van Bestuur vallen een aantal directeuren, waarvan ik er één van ben.

Twee daarvan coveren alle portefeuilles behalve Human Resource Management, de derde is voorzitter en heeft de HRM portefeuille. De nadruk binnen onze organisatie ligt op HRM. We hebben als motto: practice what you preach. Qua werkplezier zijn we volgens ons laatste werkbelevingsonderzoek sinds vorig jaar van een 7,1 naar een 7,3 gegaan. Mensen hebben het hier dus naar hun zin. Een aspect daarvan is dat ze tot aan hun pensioen willen blijven. In 2014 was het gemiddeld aantal dienstjaren bij ons bedrijf negentien jaar, dat is inmiddels eenentwintig jaar”.

Klaas Pieter, jij bent, naast topfunctionaris binnen deze organisatie, ook ambassadeur van de stichting Samen Sterk zonder Stigma. Kun je iets meer vertellen over je psychische problematiek? Depressie gaat bijvoorbeeld vaak samen met angst. Overigens ook met extra creativiteit.

“In mijn geval klopt dat. Tijdens mijn depressies heb ik last van allerlei angsten. Een vorm van pleinvrees, agorafobie, is heel sterk aanwezig, je moet me dan niet in grote groepen zetten.

“Grote ruimtes met veel mensen overprikkelen me al snel. Die mijd ik als het even kan. Een bijeenkomst met alle collega’s, zo eens in het jaar, gaat nog net. Maar ik zal tot mijn spijt nooit naar een popconcert gaan. Het idee alleen al benauwt me. Als ik naar de bioscoop ga met mijn gezin, zit ik altijd aan de buitenkant van de rij, zodat ik snel weg kan.

‘Ik zal helaas nooit een popconcert bezoeken’

“Daar leer je mee omgaan. Mijn depressies zijn veel moeilijker te handelen. Ze komen gelukkig niet ieder jaar terug. Maar ze zijn wel heftig. Als ik heel eerlijk ben, merk ik nog steeds de gevolgen van de laatste. Mijn belastbaarheid is altijd heel groot geweest. Ik had minstens nog een baan aan vrijwilligerswerk en andere activiteiten, naast mijn gewone werk en mijn gezin. Dat heb ik sinds 2014 terug moeten schroeven.

“Mijn focus ligt op dit moment in de eerste plaats op mijn gezin, mijn baan komt als tweede. Mijn gezin is mijn primaire verantwoordelijkheid. Hobby’s en vrijwilligerswerk nemen echt de laatste plek in, die heb ik afgebouwd”.

Hoe frequent zijn je depressies?

“Tussen de drie en de vijf jaar. Tussendoor ken ik dysthyme periodes, waarin ik nog wel kan werken. Maar dan is mijn energie ook echt op. Dan doe ik in het weekend gewoon niets”.

Martin (MH): “Mag ik je eraan herinneren Klaas Pieter, dat wat je nu doet, voor heel veel mensen de norm is?”

Klaas Pieter (KPD): “Ja maar ik leef toch ook een hele week? Ik vind het fijn om bezig te zijn. Mijn werkweek voor UWV is officieel 38 uur in de week. Maar in mijn functieniveau tel je je uren niet. Daar werk je omheen”.

Je werkt door tot het klaar is?

KPD: “Juist. Dat kan veel meer dan 38 uur zijn. Veel minder is het eerlijk gezegd bijna nooit. Daar wil ik wel een goede balans in zoeken, al schrijf ik geen overuren”.

Slik je medicijnen tijdens een depressie?

“Ik slik op dit moment ook een medicijn. Altijd eigenlijk, ter voorkoming van afglijden”.

Gemiddelde gelukslijn

Bezoek je een psychiater?

“Ik zie mijn behandelaar eens in de twee maanden. We hebben regelmatig telefonisch contact. Hij helpt mij om de juiste balans te behouden.

“Normale mensen functioneren op een gemiddelde gelukslijn. Daar ga je regelmatig bovenuit, soms heel ver, tijdens intense geluksmomenten zoals een bruiloft. Je hebt ook dipjes, dat je moe en verdrietig bent, dan zit je eronder. Als een dip dieper wordt, weet je vaak ook waarom je hersenen zo reageren. Een sterfgeval in de familie is een flink dal in je leven.

“We schommelen allemaal rond die lijn. Het zou fijn zijn, als je goed erboven kunt blijven. Dan heb je een gelukkig leven. Mijn hersens lukt dat niet. Mijn depressiviteit zie ik als een pathologisch functioneren, diep onder de lijn. Dan gaat het ook beter en slechter met me. Maar alles zit onder het gemiddelde. Als ik er bovenuit piek, ben ik eigenlijk al aan de beterende hand. Er staat een mooi filmpje op YouTube dat My Black dog Depression heet. Ik herken veel van mezelf daarin. Dat zwarte, daar moet ik soms doorheen”.

Werk je in dat soort periodes ook? Dat lijkt me bijna niet te doen?

“Dat is ook niet te doen. Ik ben tijdens mijn laatste depressie, op 6 januari 2014, gestopt met werken, vrij abrupt ook. Het ging gewoon niet meer”.

Het moet uit de taboesfeer

Martin, wat doet de UWV om ruimte te creëren voor talenten zoals Klaas Pieter, met deze kwetsbaarheid?

MH: (Lacht) “Eigenlijk nog te weinig. Het is niet zo dat wij wat dat betreft als werkgever een succesverhaal hebben. We worden het onszelf wel steeds meer bewust. Een tijd geleden hebben we met een hele club managers een bewustwordingsbijeenkomst gehad, in een mooi kerkje in Sloterdijk. Daar werden we ervan doordrongen dat één op de tien collega’s met dit soort problematiek worstelt. Dat was erg confronterend. ‘Kijk eens om je heen, links van je, rechts van je, wie denk je dat het is? Ben jij als manager toegerust om in zo’n situatie gesprekspartner te zijn? Kun jij je collega überhaupt helpen?’

“We hebben die dag een platform gecreëerd, een clubje van een man of veertig binnen het UWV. Er werken binnen ons bedrijf 18.000 mensen, dus ik zou dat een beginnetje noemen. Psychische kwetsbaarheid moet uit de taboesfeer. Ook hier lopen nog veel te veel mensen rond, die bang zijn om over hun psychische beperking te praten. Intussen verzuimen ze wel zes tot twaalf keer per jaar, en belanden daarmee in het lastige deel van de agenda van hun manager. Die moet daar iets mee en dat is ingewikkeld. Durf je als manager open vragen te stellen of ben je alleen maar bezig om van een probleem af te komen?”

“Daarom gaan we twee dingen doen: trainingen ontwikkelen voor onze managers en voor mensen als Klaas Pieter een ambassadeursrol creëren”.

‘Mensen moeten bewogen worden’

Gaan jullie dat projectmatig aanpakken?

MH: “Nee! Dit soort dingen moet je niet via de hiërarchische lijn uitzetten. Spreek mensen niet als manager aan, maar als mens. Mensen moeten bewogen worden. Dan gebeurt er wat. We hebben al een heel mooi filmpje, gemaakt met Wajongers in onze organisatie. Dat laat ik regelmatig aan mijn managers zien. Het zal je misschien verbazen, maar ze zijn vaak tot tranen geroerd. Dan maak je het verschil.

“Zelfs als jij als manager puur van de productie van je team bent, realiseer je je vroeg of laat dat alles staat of valt met de belastbaarheid van je medewerkers. En dus met hun lichamelijke en geestelijke gezondheid. Ik bedoel niet dat je de huisarts van je werknemers moet gaan bellen. Wel dat je informeert. ‘Wat kan ik als manager voor jou doen, om jou optimaal inzetbaar te krijgen?’ Ons leitmotiv binnen het UWV is werkplezier”.

Dat klinkt fantastisch.

“Dat klinkt heel soft, ik weet het, maar dat is uiteindelijk precies waar het om draait. Ook wat het werkplezier van de manager betreft. Als die het gevoel heeft dat hij ergens niet aan mag komen, haalt dat hem ook een beetje naar beneden”.

KPD: “Je moet als manager denk ik inderdaad een paar keer horen dat het niet raar is om te vragen naar iemands psychische gezondheid”.

Jesse Klaver inwerken

Ik las in je cv Klaas Pieter, dat je voorzitter geweest bent van de jongerenafdeling van het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV). Je hebt Jesse klaver ingewerkt?

(Lacht) “Dat klopt, ik heb binnen CNV-jongeren een aantal maanden met Jesse  samengewerkt. Ik had het initiatief genomen, samen met Alexander Rinnooy Kan, die was toen net voorzitter van de Sociaal Economische Raad (SER), om jongeren op de agenda te zetten. Een van de SER-bestuurders vanuit het CNV heeft toen zijn zetel voor een jongere beschikbaar gesteld. Jesse Klaver mocht die gaan vervullen. Het blijft een bijzonder goed gevoel, te weten dat Jesse op die plek terecht is gekomen door mijn verdienste. Zijn flair en zijn uitstraling zijn natuurlijk het belangrijkste geweest, maar het voorwerk was van mij”.

Ruimte maken voor anderen is een rode draad in je leven. Wat heeft het UWV als werkgever voor jou gedaan, om je re-integratie zo soepel mogelijk te laten verlopen, toen je in de zomer van 2014 weer terugkwam?

“We hebben het stapsgewijs opgebouwd. Ik moet vooral de fantastische bedrijfsarts, die via de Arbodienst aan deze organisatie verbonden is, credits geven. Hij snapte hoe ik in elkaar zit en waar ik stond, qua belastbaarheid. Hij gaf me de ruimte en de tijd om te herstellen.

“Op dit moment is er binnen ons team iemand uitgevallen. Zo krijg ik vanaf de andere kant een inkijkje in mijn eigen uitvallen in 2014. We zitten met allerlei vragen: hoelang valt onze medewerker uit, wanneer gaan we hem vervangen? En vooral: hoe gaan we hem weer inwerken, mocht hij toch terugkomen?”

‘Ik heb mijn taken terug moeten veroveren’

Lastig, de rest van het team zit intussen immers niet stil. Hoe was dat voor jou?

“Toen ik terugkwam, heb ik mijn taken echt terug moeten veroveren. Mijn manager had geen idee hoe belastbaar ik eigenlijk was. Mijn situatie moet ingewikkeld voor haar geweest zijn”.

Wat gebeurde er in jullie interactie? Hoe hebben jullie het samen opgelost?

“Door veel met elkaar te spreken. Ik moest haar vertrouwen echt winnen met stug volhouden. Ik denk dat er genoeg mensen zouden zijn, die in die periode afgehaakt zouden zijn. Het scheelt natuurlijk, dat ik iemand ben die zelf bij collega’s langsgaat en zich aanbiedt: ‘Wat hebben jullie te doen?'”

MH: “Doordat zij geen tools had, kon ze de situatie niet goed beoordelen. Daardoor moest jij eigenlijk dat traject zelf gaan managen, Klaas Pieter. Je had daar wel wat meer hulp bij kunnen krijgen”.

KPD: “Ik heb het inderdaad erg in eigen hand genomen. Achteraf had ik dat beter misschien niet kunnen doen. Die extra belasting heeft mijn herstel aanzienlijk vertraagd”.

‘De veiligheid voelen om een individu te zijn’

Dit is een boeiend grijs gebied. Er zijn re-integratieprojecten en trajecten te over. Maar wat doe je als je op de werkvloer staat en je manager ziet je niet voor vol aan?    

MH: “In ons jargon noemen we dat ‘herstelgedrag bevorderen’. Als UWV hebben we juist dit al tien jaar geleden vertaald naar wetgeving, samen met de toenmalige minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport: Piet Hein Donner. Als werkgever streven we ernaar hierin het goede voorbeeld te geven. (Neuro)diversiteit staat hoog in ons vaandel, ook in de nieuwe cao. In de praktijk zijn we er nog lang niet. Zeker op het gebied van sociale veiligheid kan er nog veel verbeteren.

“Wat de toekomst betreft: ik denk niet dat je met de hele organisatie hoeft te delen dat je een stoornis hebt. Binnen je team, met een man of vier, maximaal tien, in je eigen omgeving, is het denk ik wel heel goed om het te bespreken. Dat je daar de veiligheid voelt, de ruimte krijgt en gezien wordt als individu, dat zou mijn ambitie zijn. En wat er rest er dan van vindt, dat is mij altijd een looien deur geweest”.

KPD: “En ik voel me kennelijk veilig genoeg om het binnen de hele organisatie te delen”.

Alles begint bij openheid

Dat maakt je bijzonder. Van de 18.000 UWV-medewerkers hebben er statistisch gezien zo’n 1.800 een stoornis. Het merendeel daarvan zwijgt erover. Wat is de reden dat je besloten hebt om er, tegen de stroom in, zo open over te zijn?

KPD: “Ik denk dat het in mijn karakter besloten ligt. En ik heb veel op podia gestaan als voorzitter van CNV-jongeren, dus ik weet een beetje hoe het werkt. Ik kan mezelf daarin ook beschermen. Ik weet goed wat ik wel en niet moet vertellen. Het gevaar bestaat natuurlijk, dat je doorslaat en jezelf tekortdoet”.

Weer de dingen in de eigen hand nemen, managen. Dat is een sleutelwoord bij jou.

KPD: “Toch kun je niet alles managen. Er overkomt mij ook veel. Maar ik ben een gelovig mens. Ik ga ervan uit dat ik niet alles in de hand heb. Ik geloof dat dingen op mijn pad komen. Daar ben ik onderhevig aan. Dat geeft me een groot vertrouwen in de wereld om me heen en in mijzelf.

“Alles begint bij openheid. Vergeet niet dat psychische aandoeningen de nummer één dodelijke ziekte onder jongeren zijn. Ook al zijn mensen in behandeling, ingebed in een fijne familie, met een goede werkgever, noem maar op, toch kan het op een gegeven moment te veel worden. Dan stappen ze uit het leven. Ik heb dat van heel dichtbij meegemaakt. Ook daarom deel ik mijn verhaal. Het kan letterlijk levens redden”.

 

Dit is het tweede artikel van een serie, waarin ThePostOnline in samenwerking met de stichting Samen Sterk Zonder Stigma publiceert over hard werkende mensen met een stoornis. 

Lees ook het eerste deel van deze serie: Isa Hoes over haar leven met Antonie Kamerling – ‘Wij zijn tot het einde toe echt verliefd op elkaar geweest’

sszg-tpo

   
 
 
Toon / Verberg Reacties
Als iedereen slaapt, zijn wij wakker.