Voorbij het eigen gelijk
 
 
Reportage

Bij het Jerusalem Film Festival en holy shit op de Tempelberg

Joden én Arabieren verlangen naar film

Never a dull moment hier in Jeruzalem. De afgelopen week films gekeken op het Jerusalem Film Festival, jaargang 34. Wanneer ja daar dan tussen de screenings door in de tuin van de Cinematheque, met panoramisch uitzicht op de oude stad, aan je cappuccino nipt, was het moeilijk te beseffen dat even verderop een boze menigte moslims met traangas uiteen werd gedreven.

Zoals weinigen zal zijn ontgaan, had de Israëlische overheid metaaldetectiepoortjes geplaatst bij de toegang tot de Al-Aqsamoskee op de Tempelberg. Op 14 juli hadden gewapende jongemannen afkomstig van dat terrein de politie aangevallen. Twee agenten (druzen) werden daarbij dodelijk verwond. Israël had niet het recht die poortjes daar neer te zetten, vinden veel moslims. Ze ageerden grotendeels met vredig protest, maar ook met gewelddadige actie en zelfs moord. Er is hier in Israël een lange traditie waarin moslimleiders hun achterban opzwepen met gefabriceerde onzin over Joodse plannen die een bedreiging vormen voor de Al-Aqsamoskee. Dat begon al in de Britse mandaatperiode, toen de Israëlische staat nog moest worden uitgeroepen.

De Waqf, een islamitische organisatie, beheert de Al-Aqsamoskee. Dat was een idee van generaal Moshe Dayan, na de hereniging van Jeruzalem in 1967. Daarmee bleef de Israëlische overheid respectvol op afstand. Dat de Waqf niet kon voorkomen dat er vanuit deze heilige plek een bewapende aanval op Israëlische agenten werd uitgevoerd is beschamend. En het is tekenend dat de Waqf herhaling voorkomen niet als de hoogste prioriteit ervaart. Sterker nog, men kwalificeerde de maatregelen die Israël nam om herhaling te voorkomen als ongepast.

Terwijl de spanningen hoog opliepen rond de Al-Aqsamoskee reflecteerden cineasten op de achterliggende conflicten in hun bijdragen aan het filmfestival. Soms bloedserieus maar veelal ook met humor.

Holy air

Een van de aardigste films op het festival, Holy air, vertelt het verhaal van een Israëlische Arabier, Adam, een Christen, die een handeltje opzet in flesje gevuld met lucht van op de Berg Kedumim, waar volgens het Nieuwe Testament de voetsporen van Jezus liggen. Deze windhandel legt hem geen windeieren. Maar om de zaak tot bloei te brengen moet hij eerst heel wat obstakels overwinnen. Hilarisch zijn de onderhandelingen die Adam voert met religieuze leiders en vertegenwoordigers van de overheid. Met veel humor en een oog voor detail schetst de film hoe moeilijk het is om in de Israëlische samenleving een bedrijfje te runnen. Shady Srour, de regisseur en tevens scenarist en hoofdrolspeler, schroomt niet diverse etnische groepen karikaturaal neer te zetten. Maar door alle kritiek heen zie je ook zijn liefde voor dit gekke land en de breed geschakeerde bevolking. Holy air is evenzeer een maatschappij-kritische film als een ode aan Israël. Een land waar gelukkig de meeste problemen niet leiden tot bloedvergieten maar tot inventieve oplossingen, soms op de rand van legaliteit.

Ook de Franse meester Claude Lanzmann, een oude bekende van het festival, presenteerde hier zijn nieuwe film: Napalm. Daarin haalt hij herinneringen op aan een romantische dag die hij lang geleden beleefde met een bloedmooie verpleegster in het bizarre Noord-Korea. Een kleine, nogal egocentrische film, waarin Lanzmann er blijk van geeft de situatie in dat land niet te kunnen doorgronden. Hoe anders zijn zijn films over de Holocaust, waarvan de beroemdste Shoah, en zijn films over Israël, zoals Pourquoi Israël (Waarom Israël) uit 1973, die ook op het festival werd vertoond. Joodse thematiek ‘snapt’ Lanzmann en al zijn zijn films vaak erg lang, Pourquoi Israël duurt ruim drie uur, je blijft geboeid kijken.

Hoe doen de Joden het onderling?

Pourquoi Israël schildert de groeistuipen van het jonge land. Het kost de grootste moeite de influx van Joden uit onder andere Rusland in goede banen te leiden. Immigranten die er van dromen in Jeruzalem gehuisvest te worden belanden tot hun teleurstelling in Almere-achtige groeisteden, midden in de woestijn, ver van alle actie en beroemde heiligdommen. Nog los van de problemen tussen Joden en niet-Joden, leidden de cultuurverschillen tussen de Joden onderling ook tot stress en wrijving. In het Israël dat ik nu om mij heen zie, zijn die tegenstellingen deels op de achtergrond geraakt, maar je kunt niet zeggen dat ze geheel zijn overwonnen. In 1973 bestond Israël pas 25 jaar en moesten veel van de structuren nog uitkristalliseren. Voor de oudjes in de zaal was zo’n blik op de adolescentietijd van het land een nostalgische ervaring, getuige de vele luide tekenen van herkenning tijdens de voorstelling. Pourquoi Israël gaat niet voorbij aan de spanningen tussen Israëli en Palestijnen, maar Lanzmann heeft deze film willen maken met een naar binnen gekeerde blik: hoe doen de Joden het onderling? In ander werk focust hij zich juist wel op die voortdurende confrontatie met de vijanden van Israël en het Joodse volk. Daar is hij alles behalve blind voor.

Toen ik Lanzmann vroeg hoe hij de groeiende anti-Israël-sentimenten in Frankrijk en Europa beziet, stelde hij onomwonden dat er vaak weinig verschil is tussen dergelijke ongebreidelde kritiek op Israël en antisemitisme. Toch is Lanzmann, naar zijn zeggen, meer op z’n plaats in Frankrijk dan hier in het Heilige Land. Hij voelt zich hier wel thuis, maar spreekt bijvoorbeeld geen Hebreeuws. De oproep van Ben-Gurion, die hem persoonlijk vroeg naar Israël te verhuizen, zal hij niet snel opvolgen. Het is ook gewoon een lastige exercitie, emigreren, liet hij mij weten.

1945 van Ferenc Török

De mooiste film die ik op het festival heb gezien kwam uit Hongarije: 1945 van Ferenc Török. Het is een even beklemmende als idyllische film. We zien hoe, kort na de Tweede Wereldoorlog, de bevolking van een boerendorp reageert op de komst van twee mysterieuze Joden. In de openingsscène arriveren deze mannen op het kleine stationnetje. Er was geen muziek van Ennio Morricone, maar verder werd een en ander gepresenteerd als een openingssequentie van een western. Aan dit spel met cinematografische conventies was niets geforceerd. De Joden, in stemmige zwarte traditionele kleding, huren een paardenkar en trekken met twee kisten door het dorp. Waar ze heen gaan, wat hun doel is, daar wordt wild over gespeculeerd. De film lang volgen we de gesprekken tussen de leden van de plaatselijke bevolking. Alle dialogen zijn van niet-Joden, nochtans is het lot dat de Joden in de afgelopen oorlogsjaren hebben ondergaan het onderwerp. Een film over de Holocaust waarin de Joden slechts als schimmen figureren. Het zou mij verbazen wanneer 1945 niet in Nederland wordt uitgebracht. Als u daar de kans toe krijgt, zou ik gaan kijken.

Iedere avond, wanneer je weer op huis aan gaat en de beschermde bubble van het festival verlaat, voel je in de stad – zij het op de achtergrond – de actuele spanningen. We verlangen hier allemaal – Joden én Arabieren – naar de dag waarop de huidige conflicten alleen nog maar terug te zien zijn in mooie films over toen.

 

   
 
 
Toon / Verberg Reacties
Als iedereen slaapt, zijn wij wakker.