Voorbij het eigen gelijk
 
 
avatar
   
Interview

Werken als psychiater met een dwangstoornis – Interview met Menno Oosterhof en Zwanet Nikolaas

'We zijn er nu echt bijna!' - Professionals met psychische problematiek IV

Menno Oosterhof is psychiater en heeft een dwangstoornis. Hij schreef daarover een openhartig boek, dat veel weerklank vond. Sam Gerrits interviewde hem en zijn voormalige secretaresse Zwanet Nikolaas in de Zuidlarense afdeling van Lentis, de instelling waar hij mensen met psychische problemen behandelt. We spraken over zijn oeverloze dadendrang en waarom Zwanet niet meer voor Menno werkt.

Je boek Vals Alarm is een enorm succes Menno, je hebt in alle kranten gestaan en zelfs bij Pauw gezeten.

“Ja dat was prachtig, zelfs Arnon Grunberg schreef over me in de Volkskrant. Maar het allerleukste zijn de reacties van mensen die het ook hebben. De enorme herkenning. Iemand schreef me, dat ze het zo heerlijk vindt dat een psychiater er ook last van heeft. Door mijn boek voelt ze zich niet meer schuldig, dat het haar ook moeilijk lukt weerstand te bieden aan de dwanghandelingen”.

Denk je dat je met dit boek veel mensen bereikt hebt die ongezien lijden?

Menno Oosterhoff: “Dat denk ik zeker. Dwang is bij uitstek een verborgen stoornis. Schaamte speelt een grote rol”.

Zwanet Nikolaas: “Nou dat heb ik bij jou nooit gemerkt hoor! (We lachen) Menno is sowieso erg open, ook over zijn dwanghandelingen”.

Hoe uit de dwang zich bij jou Menno?

MO: “Dat is complex. Ik heb intrusies gehad, maar die zijn niet het grootste probleem. Ik heb veel last van volledigheidsdwang. Ik moet me alles herinneren wat ik wilde zeggen en doen. Verder heb ik een veelvoud aan plannen en ideeën, die allemaal uitgevoerd moeten worden. Sinds ik medicatie slik, heb ik er meer controle over. Ik kan beter verdragen dat ik iets vergeet. Maar dingen op hun beloop laten blijft moeilijk. Internet maakt het ook lastiger. Ik verwerk zo’n honderd e-mails per dag, het neemt steeds onbeheersbaarder vormen aan”.

‘Misschien wordt het nu wél echt rustiger.’

Hoe lang heb je als secretaresse met Menno samengewerkt Zwanet?

ZN: “Meer dan twintig jaar. Ik merkte al gauw dat hij anders is dan de meeste mensen, maar dat uitte zich vooral in inspirerend en motiverend gedrag. Pas de laatste vijf jaar, toen Menno ontdekte wat hij allemaal met het internet kon, is het geëscaleerd. Er kwam geen eind meer aan het werk. Hij werkte altijd langer dan gemiddeld, maar trok wel de kantoordeur achter zich dicht. De papieren dossiers bleven liggen. Nu je thuis kunt inloggen, werkt hij daar gewoon verder.

“Toch heb ik heel lang geloofd dat het rustiger zou worden, dat hij toch grip zou krijgen op de vele klussen. Want dat zei hij na elke vakantie. Dan had hij het helemaal bedacht, we gingen het totaal over een andere boeg gooien. En dan dacht ik: misschien is het deze keer wel echt waar!”

Wanneer realiseerde je je dat die rust nooit komen ging?

ZN: “Toen hij een petitie begon tegen de Jeugdwet. Wat hij daar allemaal voor gedaan heeft is fantastisch. Maar als je zo ontzettend veel tegelijk doet, wordt het uiteindelijk moeilijk voor mij om te volgen”.

MO: “In 2014 is de zorg voor kinderen met een psychische stoornis uit het nationale zorgplan overgeheveld naar de gemeentes. Een rampzalige ontwikkeling, we zien nu het ene incident na het andere. Dat hebben we voorzien, daarom zijn we er een petitie tegen begonnen. Mijn betrokkenheid daarbij werd steeds groter. Ik leerde door heel Nederland mensen kennen en ondernam steeds meer. Toen is Zwanet afgehaakt. Jammer, want we waren een heel efficiënt stel. We zijn nooit bureaucratisch geweest. We hadden maar één map met vervelende stukken, die heette ook zo. Zo verzetten we enorm veel werk samen. Er was in al die jaren ook nooit een wanklank tussen ons. Dus toen die ineens wel kwam dacht ik: wat zullen we nou hebben? Wat is dit nou? Want jij werd echt boos Zwanet”.

ZN: “Ja! (lacht) Ik dacht als hij nou niet luistert, hou ik er echt mee op. Ik wist dat het niet zou helpen, maar ik kon het niet meer binnenboord houden”.

Tuinieren met de bouwlamp

Kun jij eigenlijk wel pauzeren Menno?

MO: “Dat is moeilijk. Een paar jaar geleden zei mijn leidinggevende dat ik het beter even rustig aan kon doen. Dan belde Zwanet mijn patiënten, dat ik even uit de running was. Ze reageerden verbaasd, want ik had ze net gebeld om een telefonische afspraak te maken. Ik behandelde mijn patiënten thuis gewoon verder.

“Nu ik ben gaan bloggen, gaat dat net zo. Over alles wat ik zie in de gezondheidszorg, dat met GGZ te maken heeft, moet meteen een blog komen. Voor het internet stopte het werk op een gegeven moment, en stortte ik me obsessief op de tuin. Vroeger tuinierde ik met de bouwlamp, want het moest klaar. Dat doe ik nu niet meer. Ik krijg het toch nooit voor elkaar zoals ik het wil”.

ZN: “Dat kun je mooi doortrekken naar het internet Menno, dat is ook ontembaar!”

MO: “Dit soort corrigerende dingen hoor ik nou al twintig jaar!”

Je bent bijna tweeënzestig Menno, dus het gaat al veertig jaar zo. Ben je weleens ingestort?

MO: “Eén keer. Dat duurde vijf weken. Ik was toen heel hypochondrisch”.

ZN: “Dat was wel wat anders dan oververmoeid. Jij dacht echt dat je kanker had”.

MO: “Ik had pijn in mijn buik, ik was er volkomen van overtuigd dat het mis was. Achteraf was het gewoon een spastische darm. Maar het hing wel samen met werk. De vakantie eraan voorafgaand had ik al het gevoel, dat ik het niet meer redde”.

ZN: “Dat heb je iedere vakantie Menno!”

MO: (lacht) “Ja Zwanet! Maar die vakantie kreeg ik voor het eerst paniekaanvallen. Een paar maanden later kreeg ik een nervous breakdown, zoals dat zo mooi heet. Een zenuwinstorting. Het was geen overspanning, want na die vijf weken pakte ik de draad weer op”.

‘Dwang lijkt erg op verslaving.’

Ben je na die episode de dingen anders gaan doen?

MO: “Nee! Ik wil het altijd wel, maar het is heel moeilijk om je persoonlijkheid te veranderen en de dwang te bedwingen. Ik werk altijd vanuit het gevoel van ‘we zijn er nu bijna!’ Zwanet gelooft er niet meer in, maar echt. Het boek is klaar, de tuin is af. Ik krijg een mindful levensavond, dat hou je niet voor mogelijk!”

ZN: “Ja dat ken ik! (lacht) Ik denk dat jouw dwang sterker is dan wie dan ook. Sterker dan je vrouw, sterker dan ik. Ik kan je allerlei adviezen geven, zoals jij ze als dokter ook geeft, en dan ben je het daar ook mee eens, maar het lukt jou niet om je eraan te houden. Er is altijd nog een los eindje”.

MO: “Dwang lijkt daarin erg op verslaving. ‘Nog eentje, dan stop ik.’ Tot vijf jaar terug was het beter. Door de komst van internet is het wel wat uit de hand gelopen. Toch zou ik mijn werklust en gedrevenheid meer de uitlopers van de dwangstoornis noemen. De echte dwang, die zich in mijn hoofd afspeelt, daar heb ik vooral zelf last van. En die is enorm verbeterd door de pillen. Ik gebruik een SSRI, een selectieve serotonine heropname remmer die Fluvoxamine heet. Prozac is dat bijvoorbeeld ook”.

Kun je dat heel kort neurochemisch uitleggen? Waarom werkt een SSRI bij dwang én bij depressie?

MO: “Dat weten we niet precies. De stofjes die te maken hebben met prikkeloverdracht tussen zenuwcellen zijn bij diverse circuits betrokken. Serotonine beïnvloedt depressie, maar ook angst, pijn en dwang. SSRI’s zijn dus niet exclusief antidepressiva, maar deze heropname-remmers werken ook bij angst en dwang. De naam antidepressiva is dus eigenlijk verwarrend. Dat is maar een van de mogelijke toepassingen”.

Dus veel aandoeningen kun je bestrijden door “een kwak serotonine”?

MO: “Dat denk ik wel ja. Sinds ik Fluvoxamine gebruik heb ik minder last van dwang, maar mijn angst is ook afgenomen. Voorheen was het land in trekken om praatjes te houden ondenkbaar. Onder Zwolle wilde ik helemaal niet. Ik heb een heel slecht richtingsgevoel. Ik heb Zwanet weleens gebeld om de Tweede Kamer te vinden, terwijl ik er vlakbij stond. Dat is door de pillen allemaal verdwenen. Maar ik geef ook veel makkelijker geld uit aan hobby’s. Op een gegeven moment had ik zeven oldtimers staan om aan te klussen”. (We lachen)

Struikelend de eindstreep halen

Wat voor rol speelt humor in het omgaan met je dwang?

MO: “Ik neem mezelf niet bloedserieus”.

ZN: “Maar dat heeft ook gemaakt, dat ik soms de ernst niet inzag, hoe hard we eigenlijk werkten. Want je bracht altijd als een grap. ‘Och we hebben het weer nét gered!’ Daardoor heb ik misschien heel veel lijdensdruk bij jou niet gezien. Want je brengt het zo licht”.

MO: “Dat heb ik ook in mijn boek beschreven. Toen ik het boek bijna af had, begon ik zelf te twijfelen. Zit ik niet te overdrijven? Ik vind het moeilijk om mezelf daarin serieus te nemen. Want ik ben verder in alles gezegend. Werk gaat goed, ik ben gelukkig getrouwd. Toen heb ik Zwanet gevraagd of ik wel echt een dwangstoornis had. Daar was ze heel snel uit.

“Het is ook weleens kantje boord geweest. Toen ik in opleiding was had ik heel veel last van moeheidsklachten. Ik lag vaak het hele weekend wakker als ik les moest geven. Tegen de vakantie aan had ik soms het gevoel dat ik half dissocieerde, dat ik struikelend de eindstreep haalde. Maar overspannen word ik niet. Want dan moet je alles loslaten. En dat is onmogelijk!” (lacht)

Een zero-mindfulness-spot in het universum

Als je Menno’s werkschema vergelijkt met een normaal werkschema van veertig uur in de week Zwanet, hoeveel werkt hij dan?

ZN: “Je kunt beter vragen hoeveel uren hij niet werkt. Zelfs het slapen schiet er regelmatig bij in. Tijdens erg onrustige periodes gaat Menno om acht uur ’s avonds naar bed, hij zegt dan tegen iedereen dat hij doodop is. Dan denken we: die man is twee dagen uit de lucht. Maar nee hoor. Om één uur ’s nachts is hij wakker en zit hij weer te tikken”.

‘Als jij een notitie op het werk kwijt was, was je altijd bang dat er nog meer briefjes zoek waren’

Dat is dus 100 tot soms wel 130 uur in de week? Dat klinkt toch wel dwangmatig Menno.

MO: “Nou geen 130. Toch vind ik het iets anders dan de echte dwang. Zo was ik eens mijn toilettas kwijt op vakantie. Dat verpeste twee volle dagen. Dat voelt alsof er een gat in mijn wereld zit. Ik weet wel dat het maar een toilettas is, maar het voelt verschrikkelijk, als een onherstelbaar verlies. Zo’n enorm gevoel van desintegratie, dát vind ik echt dwang. Dat tuinschepje dat voorop mijn boek staat is berucht. Ik kon dat kwijt zijn en mijn hele weekend erdoor laten verkloten. Er is iets weg, en het voelt alsof mijn leven ervan afhangt. Ik weet dat het nergens op slaat. Toch voelt het zo. Ik ben ook eindeloos met lijstjes in de weer. Met dingen die nog moeten gebeuren. Maar daar hebben anderen geen last van”.

ZN: “Nou het viel wel op, dat je altijd dingen aan het opschrijven was. Dat doe je nu niet meer op papiertjes, want je mailt jezelf notities. Maar als jij een notitie op het werk kwijt was, was je altijd bang dat er nog meer briefjes zoek waren. Dan was je daar weer over aan het nadenken. Je was er altijd zoet mee”.

MO: “Gelukkig heeft Zwanet een ijzeren geheugen, ze wist vaak letterlijk wat ik gezegd had, één of twee dagen eerder. Ik liet laatst aan iemand mijn aantekeningen voor het boek zien. Een lade vol, genoeg materiaal voor een encyclopedie. Toen realiseerde ik me, dat ik geen enkele aantekening gebruikt had. Ik wist alles nog. Dus het is allemaal nergens voor nodig.

“Doordat ik zoveel tegelijk probeer te doen, kan ik chaotisch overkomen, maar Zwanet weet dat het niet zo is. Ik hou alles vast. Tegenover de chaos staat mijn dwangmatigheid. Daardoor breng ik alle losse eindjes toch weer bij elkaar”.

Helpt je dwang je in je vak?

“Ja. Dat ik zelf een stoornis heb maakt dat ik psychische problematiek niet snel te licht zal opvatten. Ik zal niet gauw denken: dit zou mij wel lukken. Ik besef dat ik geluk heb gehad. Het had ook anders kunnen lopen. De helft van de mensen met dwangstoornis heeft geen baan en/of geen relatie. Het is genade dat het bij mij allemaal wel goed gegaan is.

“Ik ben denk ik op een zero-mindfulness-spot in het universum geboren. Ik ben ook een verschrikkelijke vakantieganger. Ik wil altijd naar huis, want ik moet iets doen. Op een terrasje zitten met de kinderen vind ik een bezoeking. Vroeger bezocht ik dan nog wel van alles, zoals kerken, maar op een gegeven moment besefte ik: ik word toch geen kerkenexpert. Dan wil ik ook geen kerken meer zien!” (We lachen)

Zieke dokters en onze gezondheid

Zijn er meer psychiaters met een aandoening, denk je?

“Ja hoor. Ik ben echt niet de enige. Er zijn 3.500 psychiaters in Nederland, daarvan hebben of hadden minstens een paar honderd iets psychisch, vast ook wel een paar dwang. Er hebben zich in ieder geval al meerdere artsen met dwang bij mij gemeld. Ook artsen die vanwege dwang, bijvoorbeeld smetvrees of extreem verantwoordelijkheidsgevoel, met hun opleiding of werk zijn gestopt.

“Maar in dit beroep spreken we niet makkelijk over onze eigen aandoeningen. Zelfs met lichamelijke beperkingen gaan we ontkennend om. De rol van arts voelt kennelijk tegengesteld aan het lot van patiënt zijn. Ik snap het ook wel: een aannemer die in een bouwval woont, dat kan natuurlijk niet. Maar zieke dokters leren ons dat gezondheid niet zomaar te regelen valt, zoals een huis of een auto. Toch is dat kennelijk als arts moeilijk te onderkennen zonder uit je rol te vallen. Dat geldt nog sterker voor psychiatrische aandoeningen. Een psychische aandoening vinden we nog steeds eng. Dat was ook een reden voor mijn boek. Als wij als psychiaters er al niet open over zijn, hoe kunnen we dan van onze patiënten vragen om het te zijn?”

‘Zieke dokters leren ons dat gezondheid niet zomaar te regelen valt’

Als psychiater ben je enorm gedreven om andere mensen te helpen, denk je dat je in een ander vakgebied net zo gedreven was geweest?

“Natuurlijk. Ik ben het ook in tuinieren en mijn andere hobby’s. Wat dwang betreft vind ik het woord passie wel mooi. Daar zit lijden in, maar ook gedrevenheid en inspiratie. Het was in elk geval nooit saai, toch Zwanet?”

ZN: “Nee! Je hebt ook echt enorm veel mensen geholpen; artsen opgeleid, onderwijs gegeven. Toch kan je nog altijd het gevoel hebben dat je eigenlijk niets bereikt hebt”.

MO: “Klopt, want ik kijk niet wat er allemaal wel is goed gegaan, ik kijk naar wat er ontbreekt. Ik ben altijd op weg naar straks en daar”.

ZN: “Dat probeerde ik je altijd duidelijk te maken. Moet je eens kijken wat je allemaal gepresteerd hebt, wat je bereikt hebt!”

MO: “Jij mailde mij laatst: ‘Je kunt terugkijken op een zeer vruchtbaar bestaan Menno, neem nou eens een keer rust!’ Toen dacht ik: wat heerlijk dat je er zo over denkt. Het is dus toch niet allemaal geheel nutteloos geweest!”

ZN: “Ja dat loop ik al twintig jaar te roepen. Maar je hoort me gewoon niet!” (We lachen)

 


 

Dit is het vierde artikel van een serie, waarin ThePostOnline in samenwerking met de stichting Samen Sterk Zonder Stigma publiceert over hard werkende mensen met een stoornis. 

Lees ook het derde deel in deze serie: ‘Het houdt niet op als je het bedrijfspand binnenloopt’ – Diederik Weve en Claudette Verschut, Shell. Of lees nog het tweede deel: ‘Mijn verhaal kan letterlijk levens redden’ – Dubbelinterview met Klaas Pieter Derks en Martin Harms en het eerste deel: Isa Hoes over haar leven met Antonie Kamerling – ‘Wij zijn tot het einde toe echt verliefd op elkaar geweest’

sszg-tpo

 

   
 
 
Toon / Verberg Reacties
Als iedereen slaapt, zijn wij wakker.