Voorbij het eigen gelijk
 
 
Recensie

Simone van Saarloos kiepert in ‘De vrouw die’ heel haar herseninhoud om

Bloedeloze roman met overdaad aan maakbaarheiddromen

Het is zowat een natuurkundige wetmatigheid dat positieve boekrecensies zelden memorabel zijn. Aanprijzen levert weinig opschudding op. Het is één van de redenen waarom de literaire bijlagen van de bekende kranten tegenwoordig zo godsgruwelijk saai en braaf zijn. Men besteedt de schaarse papierruimte voor boeken liever aan wat in afgezaagde recensententaal ‘een aanrader’ heet, dan aan het afbranden van een boek dat slecht is, of waarvan de ideeën ter redactie abject worden bevonden. Gelukkig gaat TPO niet mee in deze drang aan een rustig zwembadje te bouwen, zonder golfslag en zonder spartelende schrijvers en recensenten.

Glibberig boek

Het idee om als witte vijftigplusser mijn licht te laten schijnen over de debuutroman van  ‘next gen’-feministe Simone van Saarloos (1990) werd verwelkomd als het mogelijke ‘bommetje’ dat de dikwijls al te gladde waterspiegel van de literatuur van wat broodnodig schuim kan voorzien. Maar ik weet eerlijk gezegd niet of dat ‘bommetje’ gaat lukken. Daarvoor is Van Saarloos’ ‘De vrouw die’ een té glibberig boek, vol aanzetten tot boeiende ideeën, vol in aanleg interessante personages en vol in potentie veelbelovende conflicten. Van Saarloos is echter nog geen heldin, pardon held, in het maken van scherpe keuzes. Resultaat? Als recensent is het naarstig zoeken naar een stevig wateroppervlak, waar je je dikke kont in kan laten ploffen. Door haar ogenschijnlijk te tomeloze ambitie een betekenisrijke, actuele roman te schrijven, blijft er weinig over. En gaat ze als aspirant-romancier feitelijk koppie onder. De gewetensvraag is dan:  moet de recensent haar ademnood versterken door haar nog eens onder water te drukken? Of is een aai over de bol meer op zijn plaats?

Geinige gedachteprikkels

Laat ik beginnen met de voor Van Saarloos troostrijke constatering  dat ze heus kan schrijven. Er zitten een paar niet onaardig opgebouwde scènes in het boek (vrouwelijke hoofdpersoon loopt de New Yorkse marathon in een boerka, vrouwelijke hoofdpersoon penetreert een homo met een komkommer), maar ondertussen blijft het verband tussen die scènes, minpuntje, nogal mistig. En dat geen van de omliggende personages van moleculair biologe Janine Vitafiel, de vrouwelijke hoofdpersoon, werkelijk bij je ‘binnenkomt’, laat staan zijzelf, helpt ook al niet. Vitafiel is als – kunstmatig – donorkind geobsedeerd door maakbaarheid met een grote ‘M’. Ze raakt opgewonden van genetisch materiaal. En van het idee menselijke organen te kunnen vernieuwen, waardoor we eeuwig jong kunnen blijven, mits we maar bijtijds ‘naar de garage’ gaan voor nieuwe onderdelen. Allemaal geinige gedachteprikkels, natuurlijk, en maximaal aansluitend op de hyperbewuste en verval-als-feit ontkennende generatie van nu.

Liefde is eng en ongewenst

Vraagje. Zou Simone van Saarloos nou door hebben dat ze zelf op weg is een kenmerkloos en eeuwig hernieuwbaar mensenexemplaar te worden? En zo ja, zou ze er trots op zijn? Ondanks haar schrijftalent doet ze namelijk geen enkele poging de lezer, zogezegd, mee te nemen. Het ene na het andere personage komt in deze roman voorbij hobbelen, maar tot meer dan leden poppen in de maakbaarheiddromen van Janine groeien ze niet uit. Uit alles blijkt dat het hoofdpersonage, en wie weet ook de schrijfster, een problematische verhouding heeft met het begrip ‘Liefde’. Liefde houdt binding, beperking, overgave acceptatie (en discriminatie) in, en dat zijn nou juist precies de dingen waar de ambitieuze biologe Janine zenuwachtig van wordt. En wie weet – maar dat is gissen – ook Simone van Saarloos zelf, die eerder het pamflet ‘Het monogame drama’ (‘een pleidooi voor multi-intimiteit’) publiceerde. Je hoeft niet héél ver te graven om op het idee te komen dat Van Saarloos liefde eigenlijk maar een zwaktebod vindt. Een makkelijke manier om aan de ongerijmdheid en complexiteit van het leven te ontsnappen. Misschien gaat ze wel spontaan kokhalzen wanneer ze verliefde stelletjes in het Vondelpark ziet.

Fundamenteel probleem

Echt af te katten is deze roman tenslotte niet, net zomin als er van te houden valt. De gevestigde kranten behandelden ‘De vrouw die’ dan ook als een overbeladen voorproefje van een talent, dat hopelijk nog ontluikt. Ik zie een iets fundamenteler probleem opdoemen bij het schrijverschap van Van Saarloos. Haar obsessie met maakbaarheid, wetenschap en perfectie, met de onfeilbare, van top tot teen geglobaliseerde mens die geen fouten maakt, nooit meer ziek wordt, eeuwig in balans is en iedereen 24/7 in zijn waarde laat, is gedoemd te botsen met het wezen van de vertelkunst. ‘Zonder mislukking geen literatuur’ vatte Arnon Grunberg het onlangs bondig samen.

Plot dan wel verhaal zijn hier dan ook irrelevant. Ze dienen slechts als kapstokken voor wat in de flaptekst ‘radicale schepping’ en ‘creatieterrorisme’ wordt genoemd, ofwel het post-romaneske universum dat je krijgt als je chromosoompjes herschikt volgens Van Saarloos’ politiek correcte richtlijnen.

Misschien past het lab haar beter dan de schrijftafel.

   

Steun direct Hans van Willigenburg

Doe een rechtstreekse donatie aan deze auteur en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken: (Dit stuurt je naar een betalingspagina)
Heb je vragen over TPO en donaties? Mail naar [email protected]
 
 
Toon / Verberg Reacties  
 
Sinds september 2017 moet je ingelogd zijn op Facebook om hieronder meer dan de standaard aantal reacties te laden.
Het gaat hier helaas om een verandering die Facebook zelf heeft doorgevoerd.
Maar je kunt ook reageren via Disqus.
Als iedereen slaapt, zijn wij wakker.