Voorbij het eigen gelijk
 
 
Essay

Nationale trots, cultuurmarxisme en het gelijk van Richard Rorty

'De felle reactie uit linkse hoek is te verklaren als schrik der herkenning'

Mede dankzij Sid Lukkassen is het begrip cultuurmarxisme onderwerp van publiek debat geworden. Linkse opiniemakers reageren als door een horzel gestoken en verwijten Lukkassen en anderen een vijandbeeld te construeren dat geen grond in de werkelijkheid heeft.

Over de precieze herkomst en definitie van het begrip cultuurmarxisme wil ik het hier niet hebben. Waar het mij om gaat is dat de felle reactie uit linkse hoek te verklaren is als de ‘schrik der herkenning’. Het is namelijk niet zo dat de term cultuurmarxisme een rechts complot verraadt om de linkse politieke elite er eens stevig van langs te geven. Het spreken over cultuurmarxisme maakt juist een conflict zichtbaar dat de linkse politiek al decennia intern verdeelt. Om het de cultuurmarxisten lastig te maken heb je echt geen conservatieve somberaars nodig. Dat kunnen de sociaaldemocraten heel goed zelf.

‘De voltooiing van Amerika’

Terecht beweren Lukkassen, Baudet en anderen dat het cultuurmarxisme vooral een academische aangelegenheid is. Daarmee wordt niet alleen bedoeld dat er een kloof is tussen de academische en de maatschappelijke werkelijkheid. Minstens zo belangrijk is de kloof tussen het academische cultuurmarxisme en de klassieke sociaaldemocratische politiek.

Toen ik mij tijdens mijn promotiestudie verdiepte in het werk van de Amerikaanse postmoderne filosoof Richard Rorty werd ik aangenaam verrast door zijn essay De voltooiing van Amerika, uit 1998. In deze tekst argumenteert Rorty nadrukkelijk voor een hernieuwd Amerikaans chauvinisme en een besef van nationale trots. Rorty was destijds de held van links en het jaar daarvoor nog door de Universiteit van Amsterdam naar ons land gehaald om de Spinoza-leerstoel te bekleden. Spreken over nationale trots aan de UvA is letterlijk vloeken in de linkse kerk. Wat bracht Rorty ertoe zulke ‘rechtse’ begrippen als chauvinisme en nationale trots op de agenda te zetten? Feitelijk was het essay een aanval op het cultuurmarxisme, of zoals Rorty het noemt: “Cultureel- of academisch links”.

Theorievorming, kritiek, deconstructie

Vanaf de jaren zestig is links het contact met de arbeidersklasse verloren en heeft zich feitelijk afgekeerd van de politiek. Zogenaamde ‘linkse intellectuelen’ waren niet langer geïnteresseerd in sociaaleconomische analyses of concrete politieke besluitvorming, maar in culturele politiek. Rorty, die goed thuis is in de geschiedenis van de sociale beweging in de Verenigde Staten, associeert de traditionele linkse politiek vooral met Roosevelts ‘New Deal‘ en het vakbondssocialisme. De filosofie van het pragmatisme, met name zoals verwoord door John Dewey, bood volgens hem de beste verwoording van een intellectueel, maatschappelijk engagement.

Tot zijn afgrijzen waren het in de jaren zestig niet de pragmatisten, maar de Franse postmoderne filosofen die gehoor vonden in academische kringen. Theorievorming richtte zich niet langer op uitvoerbare maatschappelijke voorstellen, maar verengde zich tot ‘kritiek’ en ‘deconstructie’ van elke vorm van macht en identiteit. In reactie op de Vietnam-oorlog gingen studenten de Amerikaanse samenleving vereenzelvigen met racisme, militarisme en kolonialisme. De nieuwe revolutionaire retoriek had geen enkel opbouwend perspectief op de Amerikaanse samenleving.

Proletariseren

Uiteindelijk leidde deze omslag tot een symbiose van decadent anti-humanisme en marxistisch- wetenschappelijke gewichtigdoenerij. Hoewel Rorty nog redelijk positief is over de emancipatoire doelen van de linkse academici voor bijvoorbeeld homoseksuelen en etnische minderheden, is hij uiterst sceptisch over de concrete sociaaleconomische resultaten. Terwijl de alfa-faculteiten een enorme productiviteit aan de dag legden over onderwerpen als onderdrukking, ras, gender etc., werd de kloof tussen arm en rijk alleen maar groter.

Zeker wanneer we het essay bijna twintig jaar na publicatie lezen valt op hoe scherp Rorty de fatale ontwikkeling van de sociaaldemocratie gezien heeft. Hij schrijft bijvoorbeeld: “De Amerikaanse politiek is nu aan het ‘proletariseren’, en dit proces zal waarschijnlijk uitlopen op een volksopstand die van onderaf wordt geïnitieerd.”

Academisch links

Volgens Rorty zijn het de nieuw-linkse activisten zelf die de weg hebben bereid voor het door hen zo verfoeide populisme en de roep om een sterke man, zoals we die in de Trump-revolte hebben kunnen beluisteren. “Alle weerzin”, zo waarschuwt hij, “die ongeschoolde Amerikanen voelen wanneer hun de les wordt gelezen door jonge academici, zal manifest worden.”

Die weerzin is volgens Rorty terecht. Academisch links heeft een merkwaardige dienstbaarheid betracht ten aanzien van de kapitalistische globalisering. In plaats van zich sterk te maken voor de arbeidersklasse die de dupe werd van het ‘economisch kosmopolitisme’, wentelde zij zich in een ‘aangenaam cultureel kosmopolitisme’.

Kosmopolitische, academische elite

Wie wel eens werkzaam is geweest aan een geesteswetenschappelijke faculteit zal het beeld gemakkelijk herkennen van het academische circus dat daar is opgetuigd. De volstrekt gratuite collegemodules, onderzoeksprogramma’s en internationale congressen, die nauwelijks in verband staan met de maatschappelijke werkelijkheid. Het aplomb waarmee genderdiversiteit wordt gepresenteerd als een intellectuele uitdaging  van de eerste orde is hier slechts het meest recente voorbeeld van. Academische arbeid is in die departementen inderdaad verworden tot politiek correct activisme.

Rorty verwijt de kosmopolitische, academische elite niet alleen dat ze haar academische en maatschappelijke plicht verzaakt; ze is tegelijk de noodzakelijke handlanger van de globale industriële en zakelijke elite. De academici zijn de ‘nuttige idioten’ van de kapitalistische globalisering. Terwijl academici het plebs de les lezen over seksuele diversiteit, interreligieuze communicatie en het belang van multiculturele verrijking, kunnen de captains of industry en een kleine politieke elite ongestoord hun gang gaan. Rorty: “Zolang de proletariërs met hun hoofd bij de pseudo-gebeurtenissen zitten die de media in het leven roepen, zullen de superrijken weinig te vrezen hebben.”
U hoeft wat mij betreft alleen maar de gestalte van EU-commissaris Timmermans in gedachten te roepen, met zijn geaffecteerde uitspraak van het woord ‘diversity‘, om te bedenken hoe effectief deze werkverdeling ook in Europa blijkt te zijn.

‘Rechts complot’

Tegenover het dedain waarmee academisch links spreekt over de natiestaat, onderstreept Rorty het belang van nationale identiteit en solidariteit. Het cultuurmarxisme is eenvoudigweg ongeschikt voor enige vorm van nationale democratie. Net als de door hen zo verfoeide multinationals, vinden de cultuurmarxisten de staat een ongewenste en achterhaalde entiteit. Maar tegelijk is de staat nog steeds de enige instantie met democratische legitimiteit en de bevoegdheid inzake arbeidsvoorwaarden, pensioenen etc. Wanneer politici en academici keer op keer communiceren dat die democratische legitimatie eigenlijk niet meer relevant is, krijg je precies het politieke defaitisme waar we nu in verkeren.

Degenen die het cultuurmarxisme afdoen als een rechts complot, maken zich er al te gemakkelijk vanaf. Zij zouden er beter aan doen, in navolging van Rorty, de hand in eigen boezem te steken. Volgens Rorty is het voor links vooral van belang de eigen politieke praktijk grondig te herzien. Of sociaaldemocraten hier wat mee doen is mij overigens om het even.

Democratische vernieuwing

Rorty beweert nogal stellig dat een reformistische, linkse politiek de enige kandidaat is die in staat is de nodige democratische vernieuwing te bewerken. Ik geloof niet zo in een links patent op sociale rechtvaardigheid. Neem nu het volgende citaat van Rorty: “Buiten de academische wereld willen mensen zich nog steeds patriottistisch voelen en deel uitmaken van een land dat zijn lot in eigen handen neemt, een land dat werkt aan zijn toekomst.”

In de Europese context lijken het juist de rechtse politici te zijn die overtuigd zijn van de juistheid van deze diagnose. In Nederland zijn het vooral politici als Wilders, Buma en Baudet die in deze geest werken. Zolang linkse politici en journalisten er genoegen mee nemen de conservatieve herleving te demoniseren hebben de conservatieven de beste kansen het contact met de burger te herstellen en vorm te geven aan een democratische vernieuwing.

 

   
 
 
Toon / Verberg Reacties  
 
Sinds september 2017 moet je ingelogd zijn op Facebook om hieronder meer dan de standaard aantal reacties te laden.
Het gaat hier helaas om een verandering die Facebook zelf heeft doorgevoerd.
Maar je kunt ook reageren via Disqus.
Als iedereen slaapt, zijn wij wakker.