Voorbij het eigen gelijk
 
 
avatar
     
Column

Geloof in een scheppende kracht versus het geloof in de evolutietheorie

De synthese van Aalbers: verbind materialistische wetenschap met metafysica

Geloof in een scheppende, goddelijke kracht en kanttekeningen plaatsen bij de evolutietheorie is hier bij TPO een beetje als vloeken in de darwinistische kerk, als ik afga op de veelal afkeurende reacties op mijn vorige column. Ik hou wel van stevige kritiek: debat scherpt de geest. Zo werd opgemerkt dat het makkelijk is tegen de materialistische wetenschap aan te schoppen maar dat ik dan ook mijn ideeën over het ontstaan en de ontwikkeling van het leven moet ontvouwen,  en duidelijk maken of ik het Bijbelboek Genesis letterlijk neem.

Nee dus: ik ben geen aanhanger van welke religie dan ook, zeker niet van religies waarvan de volgelingen zogenaamd heilige boeken letterlijk interpreteren en daarmee onderdrukking en massamoord rechtvaardigen. Zoals bijvoorbeeld het christendom in de Middeleeuwen en de islam de laatste decennia. Je kunt mij beschouwen als een theïstisch evolutionist, dat is iemand die het geloof in God verenigbaar acht met de evolutietheorie en in mijn geval ook met de Big Bang Theorie. Beide hypotheses voldoen mijn inziens voor een groot deel als beschrijving van wat zich – voor zover aan de buitenkant waarneembaar – bij het ontstaan van het heelal en de ontwikkeling van de levensvormen, inclusief de mens, heeft afgespeeld.

De evolutietheorie voldoet als beschrijving maar niet als verklaring

De evolutietheorie wordt evenwel algemeen gezien als een verklaring : “De evolutietheorie is de natuurwetenschappelijke verklaring voor de evolutie van het leven en voor de verscheidenheid aan soorten op Aarde. Ze beschrijft het proces waarbij erfelijke eigenschappen binnen een populatie van organismen veranderen in de loop van de generaties als gevolg van genetische variatie, voortplanting en natuurlijke selectie”, aldus Wikipedia. Ook al lieten Darwin en Lemaitre zich niet uit over respectievelijk de oorsprong van het leven en de big bang, men gaat er in de wetenschap van uit dat we hier rondlopen als gevolg van blind kosmisch toeval en dat het leven zich ontwikkelde door willekeurige mutaties en natuurlijke selectie. Via eencellige organismen, vissen die het land op kropen en apen ontwikkelde er zich zo een mens met zelfbewustzijn, zeg een Albert Einstein. In verklarend opzicht is de evolutietheorie paradoxaal genoeg ook een geloof, waartoe de agnostische priester Darwin de aanzet gaf, want proefondervindelijk niet te bewijzen en bij nadere beschouwing zo onwaarschijnlijk dat het absurd wordt.

Niemand heeft ooit waargenomen dat er een nieuwe levensvorm verschijnt

Terecht wordt ik er in een reactie op gewezen dat de wetenschap niet stil heeft gezeten sinds Darwin met zijn voor die tijd schokkende bevindingen kwam. Zo kun je middels populatiegenetica en evolutiebiologie verwantschappen van de soorten vaststellen. So far so good. Dat we DNA, de bouwstenen, met chimpansees en pakweg fruitvliegjes delen verklaart niets over de in de regel abrupte overgang van de ene naar de andere soort. “Alle populaire verhalen over amfibische soorten die het land veroverden, hoe vogels vleugels ontwikkelden, hoe de dynosauriërs uitstierven en hoe apen zich tot mensen ontwikkelden zijn slechts producten van de verbeelding, voortgebracht door vooroordelen”, aldus evolutionair bioloog Henry Gee. De overleving van de sterkste soort – en variatie binnen een soort – past weliswaar in Darwins model van de evolutie, maar de oorsprong of aanwezigheid van een nieuwe soort wordt er niet mee verklaard.  Darwin zelf noemde het plotselinge verschijnen, zo’n 130 miljoen jaar geleden, van bloemen  in geavanceerde vorm ‘een weerzinwekkend mysterie’. De bottom line is dat niemand ooit nog heeft waargenomen dat een nieuwe levensvorm het licht ziet, laat staan dat zoiets in een laboratorium tot stand gebracht kan worden.

Prof. Dekker: ‘De kans dat eiwitten in de juiste volgorde geraken is nul’

En dan hebben we het nog niet over het ontstaan van het eerste leven in Dawins oersoep gehad, de vorming van ééncellige organismen. “De kans dat de eiwitten die de basis van alle leven vormen spontaan in de juiste noodzakelijke volgorde zijn geraakt is even groot als de kans dat een volkomen willekeurige reeks letters een leesbare zin geeft: nul”, zegt nanotechnoloog prof. Cees Dekker. Volgens evolutionisten zijn alle biologische processen verklaarbaar in natuurkundige en scheikundige termen. Dan is echter ook de tweede wet van de thermodynamica van toepassing: alle systemen in de echte wereld hebben de neiging over te gaan van orde naar chaos. Eencellige organismen zijn al zo ongelooflijk complex dat spontane ontwikkeling een wonder zou zijn. Maar ook bij dieren zie je dat variaties binnen een soort  in de regel niet tot een opwaartse maar tot een neergaande ontwikkeling leiden: nakomelingen die degeneren.

Het ontstaan van het subjectieve bewustzijn is een diepgaand mysterie

Zelfs een van de grootste propagandisten van het evolutiegeloof, bioloog Richard Dawkins, vroeg zich af hoe het mogelijk is dat het leven zich gedurende miljarden jaren kon ontwikkelen als de meerderheid van soorten het niet overleeft. En waar het bewustzijn in godsnaam vandaan komt. “De evolutie van het vermogen om te simuleren heeft schijnbaar geleid tot het subjectieve bewustzijn. Waarom dit zou zijn gebeurd is voor mij het meest diepgaande mysterie waarmee de moderne biologie wordt geconfronteerd”

Volgens Karl Popper is de evolutietheorie geen bruikbare hypothese maar een tautologie

Zo bezien is de evolutiedoctrine eerder een beschrijving van een raadsel verpakt in een mysterie dan een overtuigende verklaring van wat ons hier gebracht heeft.  Omdat evolutionisten met verpletterende zelfverzekerdheid – als je kritiek hebt word je al gauw afgeschilderd als achterlijk of godsdienstwaanzinnig – hun aannames als solide wetenschap in de markt hebben weten te zetten zou je misschien uit het oog verliezen dat het een historische wetenschap is, zoals evolutiebioloog Ernst Mayr vaststelde. Ze kijken naar gebeurtenissen en processen in het verleden en proberen zo langs reductionistische weg een verklaring op te stellen die niet proefondervindelijk te bewijzen valt maar desalniettemin gepresenteerd wordt als een exacte wetenschap.

Evolutionisten zijn vaak mensen met een heilig geloof (zie een Richard Dawkins) dat desnoods zonder overtuigende onderbouwing verdedigd moet worden tegen andersdenkenden. Dat werd ook duidelijk toen de bedenker van de evolutionaire synthese (van genetische en evolutionaire ideeën), Sir Julian Huxley, zei dat hij het geloof in God onverdraaglijk achtte “en daarom moeten we iets construeren dat het kan vervangen”. Die constructie bestaat voor een groot deel uit speculatie, schreef ik in mijn vorige column. Waarop Bert Brussen reageerde: “Speculatie die wordt bewezen met een falsifieerbare hypothese noemen we wetenschap. De evolutietheorie staat zo stevig als een huis”.  Daar was de bedenker van het falsifieerbaarheidscriterium, Karl Popper himself, het niet mee eens. Hij noemde de evolutietheorie een tautologie, geen hypothese die getest kon worden maar een metafysisch onderzoeksprogramma. “Men moet naar alternatieven kijken !”

De stoffelijke schepping laat ons in de waan afgescheiden te zijn van God

Er staan dus twee geloofsovertuigingen tegenover elkaar: het geloof in een scheppende God en het geloof in evolutie door willekeurige mutatie en natuurlijke selectie. Naar mijn overtuiging is er een scheppende kracht die middels de big bang en als goddelijke kern in alles wat bestaat de wonderbaarlijke ordening en ontwikkeling van kosmos en het leven geregisseerd heeft. Een God die zichzelf via de schepping wil leren kennen. Op die manier maken we deel uit van het zelfbewustzijn van God en kunnen wij via ons zelfbewustzijn weer bewust worden van het bestaan van God. De stoffelijke schepping is niet meer dan een illusie (bestaande uit energie en informatie-impulsen zoals de kwantumfysica laat zien) die ons in de waan laat afgescheiden te zijn van het goddelijke. Want dualiteit zet aan tot (zelf)bewustwording: als je een tijdje in het donker hebt vertoefd, besef je beter wat licht is.

Aldous Huxley wijst ons op de gemeenschappelijke factor  in eeuwenoude wijsheid

Mijn ideeën over goddelijke sturing vallen niet te bewijzen met de materialistische wetenschap die zich beperkt tot zintuiglijke waarneming. Maar het is opvallend dat het geloof in een scheppende kracht al sinds  mensenheugenis geschraagd wordt door de gemeenschappelijke mystieke factor in alle wereldreligies. Schrijver Aldous Huxley, de broer van evolutiebioloog Julian Huxley, heeft die mystieke en spirituele kennis samengebracht in het boek Eeuwige wijsheid. Zo stelde de Griekse filosoof Plotinus: “Elk wezen bevat in zichzelf de gehele intelligente wereld. Daarom is het Al overal. Ieder is daar het Al en het Al is ieder”. De Hindoe-filosoof Shankara zei: “Hoewel brahman de allerhoogste is en de spraak tekortschiet en daaraan geen uitdrukking kan geven, kan brahman door het oog van de zuivere verlichting worden waargenomen. Zuivere, absolute en eeuwige realiteit – van dien aard is brahman en ‘gij zijt dat’. Mediteer in uw bewustzijn over deze waarheid”. Wie door de dogma’s en het uiterlijk vertoon van religies heen kijkt vindt een waardevolle kern die niet voor niets al duizenden jaren meegaat.

Metafysica kan de materialistische wetenschap laten evolueren

Shankara wees eeuwen geleden al de weg naar een ingang tot het goddelijke, de tweede pijler onder mijn overtuiging naast de eeuwenoude wijsheid: meditatie en introspectie. Maar dan gaat het om buitenzintuiglijke waarneming waarmee de huidige materialistische wetenschap niets kan aanvangen. In mijn vorige column bepleitte ik om in de wetenschap plaats te maken voor bijzondere ervaringen, voor inzicht, oftewel de introspectieve ondervinding waarover door de eeuwen heen al geschreven wordt. Julian Huxley kwam met de evolutionaire synthese, ik stel voor te streven naar een synthese van materialistische wetenschap en metafysica.

‘We leren studenten te weinig om orgineel te zijn en anders te denken’

Wie daar ook voor pleit is bioloog en musicus Marten Scheffer, winnaar van de Spinozapremie voor zijn baanbrekende werk over omslagpunten in ecosystemen. Kunst en wetenschap verenigd in één persoon. Rationele wetenschappers kijken vaak met enige argwaan naar de gevoelsmatige kunstwereld. En veel kunstenaars gruwen van de kille objectiviteit van cijfers en statistieken. Onterecht, vindt wetenschapper en begenadigd violist Scheffer: juist op het snijvlak van rede en gevoel ontstaan de beste ideeën. Als voorbeeld noemt hij de Estse componist Arvo Pärt. Hij leerde in zijn jonge jaren op het conservatorium op een bijna wetenschappelijke manier componeren. Pas toen hij dit keurslijf van zich afschudde, en alles wat hij geleerd had overboord gooide, maakte hij zijn grootste werken. “Dat zou de wetenschap ook moeten doen. We leiden studenten op om geen risico’s te nemen, om geen steken te laten vallen. Dat is niet per se verkeerd, maar we leren ze te weinig om origineel te zijn of anders te denken. We vergeten wel eens dat de beroemdste wetenschappers hun faam te danken hebben aan een verrassend inzicht. De intuïtie wees hen de juiste richting, het vakmanschap zorgde voor de rest.”

De positieve effecten van meditatie als wetenschappelijk vastgesteld

In de neuropsychologie is het onderzoek naar meditatie en intuïtie al op gang gekomen. Zo werd vastgesteld dat meditatie meerdere positieve effecten heeft: een hoog niveau van activiteit in die delen van de hersenen die helpen om positieve emoties te vormen, zoals: geluk, enthousiasme, vreugde en zelfbeheersing. Een verlaagd niveau van activiteit in die delen van de hersenen die samenhangen met negatieve emoties, zoals: depressie, egocentrisme en een gebrek aan geluk of voldoening. Het rustiger worden van het deel van de hersenen waarin angst en woede worden opgewekt, het vermogen om zelfs in extreem verstorende omstandigheden een staat van innerlijke vrede te bereiken, en een uitzonderlijk vermogen voor empathie en afstemming op de emoties van andere personen.

De neuropsychologie heeft het bestaan van intuïtie al aangetoond

Een team van wetenschappers onder leiding van neuropsycholoog Joel Pearson (publicatie in Psychological Science) heeft bewijs geleverd voor het bestaan van intuïtie. “Onze onderzoeksgegevens laten zien dat we onbewuste informatie kunnen gebruiken om ons door het leven te leiden en om ons te helpen betere beslissingen te nemen en meer vertrouwen te hebben in de beslissingen die we nemen”, aldus Pearson. Ook werd duidelijk dat de werking van intuïtie door oefening verbeterd kan worden.

De angst van Julian Huxley voor een goddelijke sturende kracht is ongegrond

Nu richt het onderzoek naar meditatie en intuïtie zich nog vooral op wat waarneembaar is aan activiteiten in de hersenen. Maar je zou ook kunnen verdiepen in de gemeenschappelijke noemer van de inzichten die mensen bij meditatie en introspectie opdoen en die integreren in een nieuwe (wetenschappelijke) tak van sport: bewustzijnsverruiming. Ook de wetenschap is gebaat bij evolutie, verdieping en het ontsnappen uit de tunnel van de puur materialistische benadering.

Als dat betekent dat je op een goddelijke, sturende kracht stuit, hoeft dat helemaal niet zo onverdraaglijk te zijn zoals Julian Huxley beweerde. Hij vreesde dat het zijn vrijheid om onafhankelijk te denken en te onderzoeken zou inperken. Het kan juist een verrijking zijn die je exploratiezucht stimuleert en leidt naar nieuwe dimensies.

   

Steun direct Paul Aalbers

Doe een rechtstreekse donatie aan deze auteur en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken: (Dit stuurt je naar een betalingspagina)
Heb je vragen over TPO en donaties? Mail naar [email protected]
 
 
Toon / Verberg Reacties
Als iedereen slaapt, zijn wij wakker.