Column

Inzake Katja Schuurman en de dood; je moet nóóit iets twee keer invriezen

03-11-2016 17:40

Katja Schuurman blijkt een merkwaardige obsessie te hebben met de dood. Ze heeft zelfs een heel blad over het onderwerp, zo leerden we op 2 november jongstleden, want ze mocht van RTL haar periodiekje komen pluggen in het praatprogramma van Humberto Tan. Katja heeft besloten om niet dood te gaan. Althans, ze denkt er serieus over na om zich, mocht ze onverhoopt toch ooit sterven, als een karbonaadje te laten invriezen. Want, zo weet Katja, eens zal de wetenschap het voor elkaar krijgen om diepvrieskippetje Katja weer tot leven te wekken, want ja, hallo, honderd jaar geleden hadden ze ook nog nooit van het internet gehoord. Katja hanteert hier de drogreden die toekomstvoorspellers vaker gebruiken: moderne techniek projecteren op het verleden, om zo ‘aan te tonen’ dat niets onmogelijk is. Maar goed, de dood.

Blije eikels en de Nieuwe Dood

Sinds de in de jaren zeventig van de vorige eeuw op stoom geraakte ontkerkelijking worden we lastig gevallen door blijmoedige types die ons vertellen hoe we moeten ‘omgaan met de dood.’ Van de blije eikels dienen we de dood te omarmen als een oude vriend. Als we onze eindigheid ‘een plekje geven’ (iemand?) is het allemaal een stukje cake. De dood dient geen taboe te zijn, maar een luchtig onderwerp, waar we net zo terloops over praten als over het aanstaande te verliezen duel van Roda JC. We worden aangemoedigd om ons overlijden een persoonlijk tintje te geven, resulterend in bizarre uitvaarten met bont beschilderde kisten, applaudisserende kennissen, zich opgelaten voelende ballonnen, kinderen die gedichtjes voorlezen en dweilorkesten die het feest opluisteren met doldrieste deuntjes. De kern van de boodschap die de advocaten van de duivel ons meegeven is dat ‘de dood bij het leven hoort’, hetgeen me een tragisch misverstand lijkt. Wat opvalt is dat pleitbezorgers van de Nieuwe Dood nooit geloven in een leven daarna, Dit in tegenstelling tot gelovigen, die in de comfortabele misvatting verkeren dat ze na het verlaten van het ondermaanse tot in lengte van dagen ellebogen zullen schuren met God en hen voorgegane dierbaren.

Liever een zwaarmoedige eredienst

Er kleeft iets tegenstrijdigs aan de opvattingen van die twee opponerende facties. De ene gelooft nergens in, maar maakt van het levenseinde een jolige boel, terwijl de andere met opgewekt gemoed gaat genieten van het eeuwige leven maar zich, om dat heuglijke feit te vieren, laat uitluiden door een bijzonder sombere plechtigheid. Je zou het eerder andersom verwachten. Een verklaring voor die tegenstrijdigheid zou kunnen zijn dat de feestgangers zich uit angst overschreeuwen, en de gelovigen stiekem niet helemaal zeker van hun zaak zijn. Waar beide partijen zich echter in vinden, is hun redeloze opgewektheid. Ik weet niet of u wel eens gepraat hebt met zo’n blije Gristen, maar ik krijg er moordneigingen van. Alles in ogenschouw nemend voel ik me toch meer thuis bij de Oude Dood en zijn zwaarmoedige eredienst. De gedachte dat mijn achterblijvers zich rondom mijn stoffelijk overschot in het feestgedruis storten en om drie uur ’s nachts lallend een taxi binnenrollen staat me nogal tegen, niet in de laatste plaats omdat ik, als feestvarken zelf, verhinderd ben. Ik geef de voorkeur aan een Gregoriaanse mis met kilo’s wierook en zware depressies veroorzakend gezang. Zo zorg ik ervoor dat de aanwezigen die eigenlijk niet zo inzaten over mijn verscheiden, spijt hebben als haren op hun hoofd dat ze me de groeten zijn komen doen.

Je moet nóóit iets twee keer invriezen

Spijt is trouwens voor mij persoonlijk de allesoverheersende emotie. Zoals u weet ben ik bijzonder tevreden met mezelf en ik vind het dan ook erg jammer dat ik de wereld ooit zal moeten verlaten. Niet alleen voor mij, maar ook voor u. Ik heb daarom in navolging van Katja besloten om niet dood te gaan. Mocht ik echter falen in die missie, heb ik een probleem. In tegenstelling tot Katja ontbreekt mij de financiële armslag om me te laten invriezen. Dat kost namelijk nogal een grijpstuiver. Maar stel ik zou een lening kunnen afsluiten die ik na mijn wederopstanding kan afbetalen, blijft er nog een probleem over met dat invriezen, waar ik nog nooit iemand over gehoord heb: als ontdooide leef je ook niet voor eeuwig. De techniek wacht namelijk slechts op de mogelijkheid om ingevroren doden weer tot leven te wekken. Maar daarmee is de dood als fenomeen geen verleden tijd. Dus, wat dan? Ga je dan na verloop van tijd weer dood?

Waarschijnlijk wel. Dan zou je dus weer de diepvries in gaan en ik heb ik van m’n moeder geleerd dat je nóóit iets twee keer moet invriezen. Dus.