De surreële wereld van Jean Rollin: de Exploitatiefilm (8)

13-02-2012 21:00

Wat hebben kannibalen, rottende zombies, gemaskerde psychopaten, geile nonnen, nog geilere SS-dames, gemuteerde monsters, negroïde vampiers en andere rariteiten met elkaar gemeen? Juist, zij figureren in de onderbuik van de cinema, waar zij de exploitatiefilm bevolken. Exploitatiefilms zijn vaak wars van artistieke en maatschappelijke pretenties en worden door de meesten beschouwd als filmische rotzooi. Niet geheel onterecht overigens. Dit soort films zijn niet gemaakt om een verheven boodschap de wereld in te sturen of om de esthetische sensibiliteit van de gemiddelde kijker te prikkelen. Ze zijn gemaakt om geld te verdienen met budget dat nog lager is dan de opbrengst.

Lege stranden, verlaten kerkhoven, naakte jonge vrouwen, afgelegen kastelen, lang vergeten ruines, melancholieke lesbische vampiers en andere vreemdsoortige wezens maken deel uit van het filmische universum van de Franse exploitatiefilm regisseur extraordinaire Jean Rollin. De films van deze idiosyncratische cineast vallen als geen ander in de categorie haat-liefde. Hoewel zijn films nooit erg bekend zijn geweest bij een groot publiek, heeft Rollin altijd kunnen rekenen op een loyale kult- aanhang.

Jean Rollin
Jean Rollin had vanaf jonge leeftijd de droom om filmmaker te worden. Hij deed ervaring op als regisseur van enkele industriële films en korte werken. Rolling werd beïnvloed door oude zwijgende films. Deze invloed bleek ook uit zijn meer persoonlijke output, die vaak een dromerige kwaliteit had, met weinig dialoog en plotexpositie, met veel nadruk op mooie plaatjes. De resultaten zijn poëtisch en surreëel in de ogen van de één of saai en traag voor de ander. Rollin was iemand die zich bovendien op het snijvlak van exploitatie en filmhuis bevond. De meningen zijn verdeeld.

Trailer Requiem for a Vampire

Lesbische bloedzuigers
In 1968 verscheen The Rape of the Vampire, Rollin’s eerste volledige speelfilm, hoewel de film feitelijk bestond uit twee amper gerelateerde korte films. Met The Shiver of the Vampires (1970) bereikte Rollin zijn eerste filmische hoogtepunt. De film is visueel overweldigend, heeft mooie locaties, een uitgebreid kleurenpalet en vooral veel vrouwelijk schoon, waar Rollin patent op had. Dat het plot flinterdun is, stoort amper. Ook het daaropvolgende Requiem For a Vampier (1971) wordt gezien als een hoogtepunt uit zijn oeuvre. Andere aanraders zijn Lips of Blood (1975) en Fascination (1980). In zijn betere en bekendere films spelen vampirisme en seksualiteit een grote rol. Rollin had iets met vampiers. En niet te vergeten, mooie vrouwen, het liefst met een lesbische voorkeur. Waarvan akte.

http://www.youtube.com/watch?v=qlrT6B5dFns

De vrouw met de zeis, uit Fascination

Brood op de plank
In de tweede helft van de jaren zeventig moest er brood op de plank komen en verlaagde Rollin zich tot het regisseren van een handvol expliciete pornografische films die indertijd een garantie waren voor commercieel succes. Het was duidelijk dat Rollin pornofilms regisseerde om wat inkomen te vergaren en broodnodig budget te creëren voor zijn non-pornografische, persoonlijkere films. Dat Jean Rollin niet alleen typerende erotische vampierfilms of harde porno maakte, bewijzen onder andere Grapes of Death (1978) en The Living Dead Girl (1982). Deze films bevatten behalve het nodige vrouwelijke naakt ook expliciet bloedvergieten, waarmee Rollin wat extra publiek in de bioscopen hoopte te krijgen, in navolging van bloederige horrorfilms uit de Verenigde Staten en Italië. Zo persoonlijk en eigenzinnig als zijn films in de vroege jaren zeventig waren, zou zijn latere output niet meer worden, met uitzondering van Lost in New York (1989), een abstracte film die doet denken aan een best of compilatie.

Au revoir Rollin
Hoewel Rollin tot aan zijn overlijden in 2010 films is blijven maken, stagneerde zijn carrière al na de legalisering van expliciete pornografie in Frankrijk, waardoor het publiek amper nog geïnteresseerd was in erotische exploitatiefilms . Het werd dan ook steeds moeilijker om benodigde budgetten bij elkaar te schrapen. De laatste paar decennia was Rollin als filmmaker nog nauwelijks productief. Tegenwoordig heeft hij een trouwe schare liefhebbers en is het merendeel van zijn filmografie eenvoudig te verkrijgen, waardoor deze eigenzinnige Fransman nog even herinnerd zal worden.

Over Jean Rollin werd een documentaire gemaakt.

Tom Scheers is historicus, maar dat verklaart allerminst zijn fascinatie voor culturele randverschijnselen als instrumentale death metal-jazz-fusion crossovers of zachtplastieken zombies.