Bivakkeren in Berlijn

05-11-2014 14:45

Het is weer nacht in Berlijn. Voor mij betekent dit doorgaans een beker glühwein in de Oranienburger Straße, ook nu Bettie de kille vetlucht heeft verwisseld voor de geur van vers brood in een warme, behaaglijke bakkerij. Normen neemt nu haar dienst over, tot groot ongenoegen van zichzelf. “Er is niet veel loos vanavond.”, concludeert de jonge vader met twee eufemismen in één zin. “Man, dit is de eerste mens in een uur”, een kale, breedgeschouderde man geeft lik op stuk. Ik had hem voor klant aangezien, maar de kleinuitgevallen kleerkast blijkt opziener te zijn van een filmset om de hoek. “Dit is Dennis, wij delen onze verveling.”, stelt Normen hem aan me voor.

De omschrijving van Normen blijkt een accurate, de twee mannen stromen niet over van kameraadschap. Hun conversatie bestaat voornamelijk uit geringschattingen van elkaars arbeid. “Hij bewaakt een dichte deur!”, lacht Normen terwijl hij voor de vierde keer met een vies doekje over een schone tafel veegt. ‘Bacterie-technisch gezien maakt het de boel alleen maar viezer’, citeer ik mijn vroegere baas in gedachten. “Dat doe ik liever dan niets verkopen aan geen klanten”, is het antwoord Dennis, “en ik krijg er tenminste fatsoenlijk voor betaald”, je kunt merken dat Dennis op zijn pik is getrapt.

Nutteloos

Normen doet of hij het niet heeft gehoord. Schaterend en met enorm volume richt hij zich tot mij: “en weet je wat er in dat schuurtje ligt? Hout! Er liggen planken! Dus meneer hier staat van acht uur ’s avonds tot negen uur ’s ochtends een potdichte schuur met een stel planken te bewaken, tegen weet ik welke Woody Woodpikker!”. Ik schiet in de lach, maar Dennis antwoordt mat en gepikeerd: “Het is een filmset. Morgen komen ze de dure spullen brengen.” Om de lieve vrede te bewaren bestel ik nog een glühwein.

“Die krengen dekken hier de stroomkosten nog niet”, de bewaker blikt laatdunkend naar mijn warme drankje, “maar waarschijnlijk wel zijn loon”. Dit samenzijn is uit nood geboren. “Ik zou een boek meenemen, als ik jullie was.”, verander ik het onderwerp. “Nou, doe mij maar een slaapzak.”, Normen sluit terloops zijn ogen en simuleert met zijn armen de handeling die ons bekend is van kamperen. “Of een kleine televisie.”, vult Dennis aan, terwijl hij met zijn handen de grootte van het denkbeeldige scherm aangeeft. “Met Playstation!”, raakt Normen enthousiast. “Ja, en een Xbox!”, vult Dennis aan. “Of gewoon een bed”, de fantasie van Normen is geprikkeld, “dan ga ik lekker daar in het hutje liggen, met mijn slaapzak en een heel groot kussen en dan word ik morgen wel weer wakker als de baas komt.”

Naar Huis

“Of ik ga gewoon naar huis. Naar mijn meisje. Sluit hier de luiken en zet de wekker zodat ik precies weer hier ben als Tom komt controleren. “Nog wat verkocht?”, ik hoor het hem vragen. “Niet echt. Twee glühwein.’”, Normen kijkt als een kind dat morgen uit logeren mag, “Veel meer zit er vanavond sowieso niet in. Zelfs de hoeren laten zich niet zien.” Het verdienmodel van de chronisch verlaten friettent gaat ook mij boven de pet; de straat is volkomen verlaten, behalve twee taxi’s en wat lege afvalzakken is er het afgelopen halfuur letterlijk niets voorbijgekomen. Uit de verte koert een duif met insomnia.

“Ik had een collega, die deed dat werkelijk.”, zegt Dennis. “Die stapte gewoon 20 minuten nadat de controle vertrokken was in zijn auto, reed naar huis toe, en zorgde dat hij veertig minuten voor het einde van zijn dienst weer fris op zijn plekkie stond. Één keer was hij bijna het haasje. Ze hielden controle en hij was nergens te bekennen. Heeft ie gezegd dat hij een kop koffie aan het drinken was om zich even te warmen in een nabijgelegen cafétje en is met noodvaart naar die kroeg getaxied. Hij werkt nog steeds bij ons, al weet ik niet of hij tegenwoordig nog naar huis durft te rijden.”

Slaapzak

De droomblik van Normen zakt langzaam weg, het harde licht van de realiteit maakt zijn pupillen kleiner. Hij ademt zwaar uit en zijn lijf lijkt op slag enkele centimeters korter. Dan stellen Normen’s ogen zich scherp op het smerige doekje in zijn hand. “Dat kan ik niet maken.”, zegt hij toonloos, “Als Tom erachter komt ben ik mijn baantje kwijt. Mijn zoon moet ook eten, weet je”. Dennis knikt begrijpend, “Neem dan een slaapzak mee”, zegt hij, “dan zal ik kijken of ik nog een televisie op de kop kan tikken.”

We zijn weer terug bij af. In elk geval zal ik ook morgen weer een glühwein drinken.