Opinie

‘Identiteit is een privaat-individueel, geen publiek tribaal construct’

19-04-2017 16:02

In mijn zoektocht naar identiteit raakte ik laatst aan de praat met een GroenLinks-stemmer die mij als arme rechtse sloeber niet onverdienstelijk helpt met mijn belastingaangifte. Als arbeider en dichter zijn getallen, fiscaliteit en financiën namelijk beneden mijn stand; ik zoek het namelijk meer in daden en in woorden. In mijn hiërarchisch verstaan van de werkelijkheid staat de arbeider bovenaan, gevolgd door de bourgeois en tenslotte als maatschappelijk afvoerputje de grachtengordel PvdA’er die het niet meer weet.

Enfin, deze linkse jongen van communistische snit op leeftijd deelde mij mede dat identiteit van doen heeft met verantwoordelijkheid. En daarin – in deze leerstelligheid – kon ik hem na wat discussiëren en mijmeren, geen ongelijk geven.

Pragmatisch of praktisch

Identiteit gaat dus niet over wie men is (cultureel, etnisch), maar over wat men doet. Dit is meteen een goed argument tegen mensen die hun identiteit baseren op zaken die ze niet verdiend hebben maar zogenaamd van nature zijn. De gemiddelde Nederlander kijkt je glazig aan wanneer je hem of haar ondervraagt naar de Nederlandse identiteit. Dit komt omdat de Nederlander weet dat identiteit niet gaat om wie je bent, maar om wat je individueel doet.

Daar waar de Amerikanen pragmatisch zijn, is de Nederlander eerder praktisch. Het doen staat meer centraal dan het doel, het target of het zijn. Het gaat er voor een Nederlander namelijk niet om of jouw bezigheden werken of een succesvol resultaat hebben, nee, het doen zelf – de praktijk – wordt al opzichzelfstaand al prijzenswaardig gewaardeerd.

Trotse tribale culturen verstaan dit maar moeilijk. In een tribaal en publiekelijk verstaan van identiteit is status namelijk heilig. En status gaat altijd over wie men is, en nooit over wat men doet.

Etniciteitverheerlijkers

Men moet in historische ogenschouw nemen dat Nederland al een stedencultuur cultiveerde in de middeleeuwen. Daarom staan wij sceptisch tegenover status en applaudisseren bedrijvigheid an sich. Het zijn en het doen loskoppelen is dan ook een taak van de journalistiek.

Het zijn in mijn opvatting juist de racisten en de etniciteitverheerlijkers die een gevaar zijn voor oprechte identiteit. Nu mag het filosofisch tegen elkaar uitspelen van het doen en het zijn, een typisch westers fenomeen zijn; joden en meer oriëntalistische denkers zullen het doen en het zijn niet gemakkelijk ontkoppelen, dit laat onverlet dat in het hart van west Europa – en dat is Nederland – het zijn is gebaseerd op het doen. En niet op wie men zogenaamd is of pretendeert te zijn.