Doneer aan TPO
 

PROF. PAUL CLITEUR – Recensie: ‘Levenslust en doodsdrift’ van Sid Lukkassen

Een serie goed en onderhoudend geschreven opstellen over uiteenlopende verschijnselen

Door: , 21:35, 12 december 2017

Een serie goed en onderhoudend geschreven opstellen over uiteenlopende verschijnselen

Onder de jongere generatie zijn er twee filosofen in het Nederlandse taalgebied die bijzondere aandacht verdienen: de Vlaming Maarten Boudry (geb. 1984) en de Nederlander Sid Lukkassen (geb. 1987). Boudry is wetenschapsfilosoof, Lukkassen cultuurfilosoof, maar zij hebben wel dit gemeen dat het haarscherpe denkers zijn met een lust voor polemiek en controverse. Nee, misschien moet ik dit anders formuleren: een voorliefde voor het doorprikken van postmoderne onzin en malle intellectuele modes.

Humanistische Bildung

Lukkassen (over wie ik het hier voornamelijk wil hebben) debuteerde met het boek Avondland en Identiteit (2015). Inmiddels is daarvan een Duitse vertaling verschenen. Daarop verscheen zijn dissertatie, of liever gezegd zijn dissertatie aangevuld met de passages die hij in de proefschriftversie had weggehaald, naar verluid omdat commissieleden daaraan aanstoot namen. Dat werd De democratie en haar media (2016). En nu is er dan Levenslust en doodsdrift: essays over politiek en cultuur (2017), een bundeling van kortere stukken (maar liefst achtenveertig), verschenen op ThePostOnline.

Uitgangspunt van het boek is dat we tegenwoordig niet leven in een Nietzschiaanse ‘omkering van alle waarden’, maar in een nivellering van alle waarden. We leven, schrijft Lukkassen, in een nihilistisch tijdperk omdat simplistisch postmodernisme, waarden- en cultuurrelativisme zeer diep in het denken en het beleid zijn doorgedrongen (p. 10). De verbreiding van die leer is niet zonder gevaren, want door dat nihilisme zijn we ontvankelijk geworden voor religieus fanatisme en wat hij noemt “de opgelegde druk om steeds maar positief te denken”. De positieve opdracht van Lukkassen’s missie kan men lezen als een “humanistische Bildung en een bezield politiek betrokken staatsburgerschap” (p. 11). Die humanistische renaissance zullen we echt moeten gaan meemaken, want “als een cultuur werkelijk gelooft in de relativiteit van haar waarden, dan heft deze cultuur zichzelf op” (p. 12).

Cultuurmarxisme

De zorg die uit alle opstellen in Lukkassen’s essaybundel naar voren komt is dat een postmoderne en hedonistische cultuur van nutsmaximalisatie niet in staat is te overleven wanneer deze botst met de premoderne eercultuur.

Lukkassen kan men zien als een filosofisch polemist, maar met een enorme kennis over een breed terrein van de filosofische literatuur. Hij is ook de popularisator van de term ‘cultuurmarxisme’. Hij wijst erop dat deze term in 1996 al voorkwam in het lemma ‘Cultural Marxism‘ in de Encyclopedia of Social and Cultural Anthropology evenals in het boek Conversations on Cultural Marxism (2007) van de marxistische cultuurcriticus Frederic Jameson.

Dat laatste is belangrijk, omdat de term ‘cultuurmarxisme’ dus niet, zoals wel gezegd wordt, een uitvinding is van ‘rechtse’  polemisten en bedoeld om het marxisme in diskrediet te brengen, maar als een ontwikkeling binnen het marxisme zelf die als positief wordt gewaardeerd. Cruciaal voor een begrip van de hegemonie van het cultuurmarxisme is dat vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw links contact verloor met de arbeidersklasse, wat betekende dat ‘intellectuelen’ (Lukkassen plaatst het woord ook tussen haakjes) zich niet langer bekommerden om sociaaleconomische analyses maar om culturele politiek.

Positiviteitsterreur

Wat Levenslust en doodsdrift te bieden heeft, is een serie goed en onderhoudend geschreven opstellen over uiteenlopende verschijnselen als de autobiografie van Bob Dylan, de wijze waarop internet providers censuur opleggen ten aanzien alles wat niet politiek correct is, pogingen van de rechterlijke macht om politici als Wilders en Marine Le Pen met processen kapot te maken, beschouwingen over de arbeidsmarkt, de ‘positiviteitsterreur’, Camille Paglia en Andrew Breitbart, Castiglione en Houellebecq, de ‘decadentie van ons tijdsgewricht’, migratie, radicalisering en jihadisme, en social justice warriors.

Opvallend vond ik ook Lukkassen’s welwillende beschouwingen over zijn tijdgenoten: Tom Zwitser, zijn uitgever, Thierry Baudet als romancier, en Jesse Klaver die bij Eva Jinek de les gelezen krijgt. Maar hij stapt van een hedendaagse polemiek met Rob Wijnberg of Joshua Livestro moeiteloos over op een diepgravende bespreking van het werk van Oswald Spengler.

Dat is wel knap.

Een Nieuwe Zuil

Lukkassen’s conclusie is niet – het zal niemand verbazen – naïef optimistisch:

 

“Zo komen wij tot de slotsom dat de decadentie in Nederland en Vlaanderen grondig tot de cultuur van de bovenklasse is doorgedrongen. Zowel qua media als politiek. De oplossing lijkt te bestaan in een Nieuwe Zuil. En zelfs deze Nieuwe Zuil zal de naderende chaos in West-Europa niet voorkomen: wel kan zij dienen als schuilkelder of isolatieruimte ” (p. 102).

 

Ik heb Levenslust en doodsdrift in één ruk uitgelezen en kan iedereen die geïnteresseerd is in hedendaagse cultuur hetzelfde te doen. Lukkassen bewijst met dit boek dat hij niet alleen een overtuigend wetenschapper is, maar ook een interessante essayist.

 

 
 
   

Advertentie

 
 
 
Toon / Verberg Reacties  
 
 
 
 
 
 

 

(Be)Spaarvarken

Vergelijk en steun direct TPO! Voor iedere aankoop krijgt TPO een vergoeding.

 

  True managed webspace