Opinie

SID LUKKASSEN – Het hedonistische wereldbeeld begint haar barsten te vertonen

19-12-2017 20:30

U kunt Dr. Sid Lukkassen financieel steunen. Hij is bezig met een onderzoek naar de waarde van het Verlichtingsdenken en een Leitkultur voor de huidige tijd – en hoe dit vooruitstrevende denken wordt ondermijnd. Ook duikt hij in de zin en onzin van het begrip ‘cultuurmarxisme’. Meer informatie bij crowdfundplatform Uit de Kunst.

 

Onlangs kreeg ik een artikel voorgeschoteld dat opnieuw onderschrijft wat ik reeds uiteenzette. Het is een artikel van de strafadvocaat Hakan Külcü en draagt de veelzeggende titel: ”Integreer, maar met mate”. Het tekent zijn geworteldheid dat hij dit eerst publiceerde in De Limburger, maar dat terzijde. Het is de moeite waard om bij het werkje stil te staan – het bevestigt mijn voorspelling en is enerzijds schizofreen, doch anderzijds is die schizofrenie begrijpelijk.

De tweestrijd van Hakan Külcü

Külcü constateert namelijk een ‘gespletenheid’ in zichzelf. Dit merkt hij zodra een groep opgeschoten tienermeisjes in de trein verkondigt dat iedereen die ‘voor de zestiende verjaardag nog altijd geen seks heeft gehad, een loser is’. Als iemand met een migratieachtergrond waardeert en koestert Külcü de vrijheden die het Westen hem biedt – intussen ziet hij ook hoe het steeds maar oprekken van deze vrijheidsdefinitie leidt tot ‘een slappe moraal en een gebrek aan gemeenschapszin’:

 

”Wat moraal betreft kent de moderne mens slechts één regel: ‘leven en laten leven’. Mijn ‘Westerse ik’ zei dat zolang er juridisch niets mis is, dat qua moraal ook niet zo is. Wie ben ik om daar wat van te vinden? Mijn Oosterse ik bracht daar tegenin dat een cultuur die vrijheid als hoogste waarde in het vaandel draagt, in ontbinding geraakt. In het Oosten heeft men nog eergevoel en zouden deze meisjes in de treincoupé snel tot de orde worden geroepen.”

 

Negatieve vrijheid is te leeg om mee verder te bouwen

Als wij Külcü volgen, dan blijkt dat waar vrijheid wordt opgevat als ‘doen waar je zin in hebt’, dit uiteindelijk leidt tot weekheid, decadentie en verval. Bij dit relativistische denken ”wie ben ik om daar iets van te vinden?” worden de grillen van het moment verheven boven lange termijn doelen. Zoals in de casus die Külcü hoorde in de trein: ”Ik wil nu seks, ik wil die ervaring om erbij te horen”, in plaats van iets op te bouwen met een persoon die ertoe doet, eerst de gevoelsband te versterken en te wachten met seks tot een meer geschikt moment. Zeker bij pubers kan een eerste seksuele ervaring veel betekenen voor hoe seks de rest van het leven wordt ervaren.

De auteur ergert zich eraan hoe neerbuigend die meisjes over seks en maagdelijkheid spreken. In hechtere en dus demografisch gezonde groepen blijven dit belangrijke thema’s. Echter, in een vluchtige maatschappij wordt ook seks een vluchtige ervaring die nauwelijks meer beklijft en haar magie verliest. In Külcü’s redenering herkennen we een belangrijke waarheid: discipline is kiezen tussen wat je wil op dit moment, en wat je het meest wil. Het laatste vergt meestal meer offers: impulsen zijn de vijanden van lange termijn doelen.

West-Europa implodeert vanuit morele leegte

Om impulsen te beheersen zijn hiërarchieën van cultuurwaarden nodig: om de jeugdige impulsiviteit te kanaliseren naar productieve doeleinden. Het is een tekortkoming van de Westerse instituties dat ze er steeds minder in slagen om de vorming van een narcistisch zelfbeeld bij jonge vrouwen te voorkomen. Zelf hoorde ik een vergelijkbaar treingesprek, waarvan de details me zijn ontschoten. Het kwam er op neer dat enkele melige jongeren grappen maakten over een lelijk meisje in hun hockeyteam. Daarbij werd een jongen door de teamgenotes opgezweept: ”Kus haar dan! Kus haar dan! Vanbinnen is ze vast heel mooi!”

Nu fast forward van Külcü naar Michel Houellebecq. Want Houellebecqs Soumission is feitelijk het eindspel van Külcü’s betoog. Misschien ziet hij dit al – misschien nog niet. We kunnen het in veel of weinig woorden zeggen, maar het draait hier om het morele failliet van West-Europa en het verpulveren van samenbindende structuren. Waar hiërarchieën van cultuurwaarden wegvallen wordt moraal vernauwd tot individuele opvattingen en uiteindelijk tot lege juristerij waarbij de wet enkel nog leeft in de letter. De gemeenschap spat uiteen in losse atomen: mensen voelen zich niet meer opgenomen in een bezield verband en stellen gezinsvorming uit.

 

”In een artikel voor Oummah stelde hij zich de vraag of de islam voorbestemd was om over de wereld te heersen. Het antwoord luidde uiteindelijk bevestigend. Hij maakte maar weinig woorden vuil aan de Westerse samenlevingen, zo vanzelfsprekend leek het hem dat die ten dode waren opgeschreven.” (Bron: Houellebecq, Onderworpen, p212)

 

Avondland en Identiteit

Daarop volgen nog bespiegelingen over het liberalisme, de structuur van het kerngezin, demografie en een ”morele herbewapening van het oude continent”. Die bespaar ik u – ik kom meteen ter zake en ga door naar Avondland en Identiteit:

 

”De post-’68 politieke orde beperkt de mens niet wat betreft de meest centrale vragen des levens, maar biedt eveneens geen houvast, geen richtlijn of oriëntatie, buiten, wat cynisch gesteld: ”Ga de wereld in, verdien geld en betaal belasting.” Zo negeert zij een fundamentele maatschappelijke behoefte: de maatschappij wenst een samenleving te zijn. Niet een constellatie van economisch-calculerende atomen, maar een verband van nijvere, rechtvaardige en deugdzame medemensen. Omdat de post-’68 politieke orde de aldus ontstane leegte niet erkent als leegte (ze verwarren bandeloosheid en onverschilligheid met vrijheid), kan zij zich niet verplaatsen in de gedachtegang die dit Westerse denkpatroon als vijandelijk ziet en deze wil vernietigen. Syriëgangers en jihadisten bijvoorbeeld. Zij kan niet bevatten dat mensen die opgroeien in Europese vrijblijvendheid naar de wapens grijpen om dit systeem te bevechten. Mogelijk hangt dat masculiene geweld samen met een seksueel buitengesloten zijn.

De radicalisering van moslimjongeren ontstaat deels doordat de Westerse samenleving te pluriform is om hen een ethisch of spiritueel houvast te bieden. Daardoor plooien zij zich terug op de eigen wortels en tradities. Vroeger waren er rituelen, waarbij men de waarden van de Leitkultur verinnerlijkte door de uitwendige handelingen van het ritueel door te maken. Rituelen brachten discipline bij, leerden met autoriteit om te gaan en toonden ‘hoe het hoort’. Het verwateren van die rituelen hangt samen met «sociale anomie», met het onvermogen van de maatschappij om mensen culturele bagage mee te geven die als intellectuele houvast dient. Het is zeer moeilijk nog op zo’n wijze tot mensen door te dringen dat zij een boodschap werkelijk in zich opnemen en er ook naar handelen. Zo is de situatie ontstaan dat mensen elkaar, maar ook kinderen, niet meer aanspreken op onwenselijk gedrag. ‘Ik denk er zo over, jij denkt er anders over, laat maar gaan want confrontatie leidt enkel tot verhitting en conflict.’

Doordat we met zoveel culturen bij elkaar leven voelt niemand zich sterk genoeg in de schoenen staan om anderen te corrigeren; de maatschappelijke versplintering die daaruit volgt is de prijs die de achtenzestigers ons laten betalen voor het ondergraven van de Leitkultur. Of het nu om moslimfanatici gaat of om eenlingen als Koninginnedagcoureur/moordenaar Karst Tates: steeds hangt radicalisering samen met gebrek aan «vervulling». Het probleem is dus niet een gebrek aan vrijheid, maar aan een zinvolle invulling van die vrijheid. Daarvoor zijn verhalen nodig die het individu overstijgen.” (Bron: Avondland en Identiteit, p234-5)

 

Oftewel voor de tl;dr – een dikke vette I told you so. Wat vervolgens blijft is de vraag: afslag Oost of afslag West?

Herbronning op Oost of West?

Het voortwoekerende en ongebreidelde hedonisme, atomisme en decadentie in West-Europa, daar kunnen we niet omheen. De vraag die Külcü zich nu als rechtsfilosoof moet stellen is, via welke weg hij dit fenomeen wil aanpakken. Of hij dit zal doen via de antieke traditie van Plato en Aristoteles – de filosofen die op zoek blijven naar excellentie en de waarheid – of zich zal beroepen op een religie die een totaal grondplan qua sociale organisatie aan de maatschappij voorschrijft. Het blijkt makkelijker om de massa te onderwerpen aan een openbaring dan om hen te verheffen en te leiden via filosofie: dit verklaart waarom Plato én Augustinus doctrinairder werden aan het einde van hun loopbaan. Pessimistischer over de massa en strenger in het opleggen van regels.

Wordt het voor Külcü een beroep op mysterie en dogmatiek zoals in Perzië – omdat het makkelijker aan de massa op te leggen is – of kiest hij het klassieke humanisme? Uiteindelijk blijkt ‘hoe nu verder’ toch een keuze tussen Oost en West. We zullen zien of Houellebecq gelijk krijgt.

 
Helaas: deze aanbieding is verlopen, maar probeer deze boeken eens
 
 
Helaas: deze aanbieding is verlopen, maar probeer deze boeken eens