Doneer aan TPO
 

Links schept verwarring met termen als ‘zelfkritiek’ en ‘geloof’

Socialisten zijn in alle staten door de eigen regressief-linkse diversiteitsagenda

Door: , 15:30, 12 april 2018

Socialisten zijn in alle staten door de eigen regressief-linkse diversiteitsagenda

Fred Neerhoff en David Bakker publiceerden onlangs een stuk als een Ravensburger schilderij. Van een afstand is het een mooi geheel, maar na enig turen blijkt er toch vooral buiten de lijntjes geschilderd te worden. Hun analyse bestaat uit drie delen: hoe politiek links haar eigen wortels wegsneed, hoe Marx alsnog kan zorgen voor bloei, of zoiets, en waarom u het begrip cultuurmarxisme verkeerd ziet. Uiteraard is er een oplossing – meer zelfkritiek, meer tegen godsdienst moéten ageren, vakbonden verstevigen, geen barmhartigheid meer vertonen in het eigen denken. Hier zit werkelijks niets nieuws bij. Het is de leegte van de politieke dimensie ter linkerzijde ten voeten uit.

Links neemt afstand van eerdere verworvenheden

Dat politiek links haar eigen graf groef is niet nieuw: Sid Lukkassen betoogt dat al enige tijd. Ook de analyse dat links zowel de vrouwenbesnijdenis van de islam omhelst als de penisnijd van het feminisme – en daarmee haar strijd voor seksuele vrijheden overboord gooit – is van Lukkassen. Samen met o.a. Paul Cliteur werpt hij licht op de afstand die links neemt van eerdere verworvenheden. Referenda en directe volksinspraak in politieke kwesties zijn de meest actuele voorbeelden.

Neerhoff en Bakker suggeren dat links en rechts vaste eigenschappen vertegenwoordig(d)en. Niets is minder waar. De Socialistische Partij was tot in de jaren ’80 tegen asielzoekers. Een thema dat later door de CD werd opgepikt. Neerhoff en Bakker doen dit vaker: suggereren dat maatschappelijke thema’s exclusief bij politiek links óf rechts horen. Die scheiding maakt het overzichtelijk, maar doet wel de realiteit geweld aan.

Marxisme meer geloof dan wetenschap

Dat simplificeren is ook van toepassing op de geschiedenis van economisch denken. Om later een punt te kunnen maken tegen ‘geloof’ stellen de auteurs dat Adam Smith een ‘geloof’ in de vrije markt had en dat “die markt iedereen ten goede zou komen”. Dit is erg kort door de bocht, want klassieke economen gebruikten geen geloof in hun methodologie. Zij deduceerden algemene regels uit algemeen aanvaarde grondslagen. Dat Marx hiervan witheet werd maakt niet dat de logische structuur van de argumentatie plots niet klopt.

Belangrijker is dat Smith en Marx een gedateerd waardebegrip hanteren. Sinds 1871 is de grondslag van waarde niet meer gebaseerd op de arbeidswaardeleer. Waarde wordt sindsdien bepaald door de mate waarin een goed in de behoeften van een doelbewust handelend mens voorziet. Mede als gevolg van deze wetenschappelijke vooruitgang is veel theoretisch werk van de klassieke economie niet meer gangbaar. Bij Smith is dat niet zo’n probleem; bij Marx wel. Daarmee is marxisme meer geloof dan wetenschap geworden. Interessant dat Neerhoff en Bakker juist pleiten voor minder ‘geloof’.

Dit gedeelte is duidelijk een opzet voor het latere pleidooi dat links zich minder met ‘geloof’ in moet laten. Daar breekt de analyse van Neerhoff en Bakker dus uiteen. Klassieke economen wendden zich niet tot geloof, maar tot de logica en deductie. Het zijn daarentegen de nazaten van Marx (ter politieke linkerzijde), die zich reactionair vastklampen aan het oude dat reeds is ontkracht.

Biogas-busritjes

Interventionisme onderscheidt zich van (zuiver) socialisme doordat de productiemiddelen in private handen blijven. Het is echter de overheid die bepaalt wat er geproduceerd mag worden en hoe de productiemiddelen ingezet moeten worden. Het systeem van privaat eigendom blijft bestaan, maar de staat bepaalt. Volgens Neerhoff en Bakker “streven de gevestigde linkse partijen niet naar zuiver socialisme maar beogen ze hooguit de uitwassen van het kapitalisme te bestrijden”. Precies dat is het kenmerk van interventionisme. Waarom is dat erg?

Het gevolg is tweeledig. Voor de ondernemer doet het er alleen nog toe wie hij kent binnen de staat. Niet de burger bepaalt wat succesvol is of wordt, maar de bureaucraat. Lukkassen legt in Levenslust en Doodsdrift deze alliantie tussen links activisme en rechts grootkapitaal bloot. De staat schakelt concurrentie uit door markttoegang te reguleren. Slechts staatsvriendjes lijden hier niet onder. Zo worden gevestigde grote bedrijven nu gesubsidieerd om te verduurzamen. Voor de allerarmsten en kwetsbaren in de samenleving worden die biogas-busritjes enkel duurder.

Het systeem dat socialistische partijen, volgens Neerhoff en Bakker voorstaan is daarmee erg dubieus. Het houdt de schijn op van een markteconomie maar zorgt vooral voor een ongezonde machtsconcentratie van bedrijven en kapitaal. Puik werk, socialisten.

Cultuurmarxistische avantgarde

Naar verluid werken Cliteur en Lukkassen ook samen aan een publicatie over cultuurmarxisme: een boek dat binnenkort verschijnt en nu al controversieel is – nog voordat het goed en wel is verschenen.

Lukkassens analyses zijn gevreesd en gedurfd juist omdat hij paradoxale verbanden blootlegt. Kosmopolieten die extreemlinkse actiegroepen financieren. Progressieve actiegroepen die optrekken met islamitische radicalen. Eén kenmerk delen zij. Er wordt samengewerkt tegen de burgerlijk-nationale middenklasse, tegen de Leitkultur waar politiek links gewoon onderdeel van is/was. Zo kan het dat er geklaagd wordt dat Shakespeare rollen nog steeds niet ‘multicultureel’ genoeg zijn terwijl Netflix ondertussen van de blonde achilles een man van Afrikaanse komaf gemaakt heeft. Daarmee dragen zij bij aan een subversieve culturele herprogrammering die voorheen was voorbehouden aan een cultuurmarxistische avantgarde.

Lukkassens begrippenarsenaal kent die concepten als Leitkultur, regressief links, cultuurmarxisme en de deugdynamiek als geen ander – Neerhoff en Bakker gaan er onzorgvuldig mee om. In het eerste deel kopiëren Neerhoff en Bakker ronduit schaamteloos de analyses van zowel Cliteur als Lukkassen, om de twee vooruitstrevende denkers halverwege voor de bus te gooien. Pronken met andermans veren noemen we dit op zijn oudhollands.

Ontmaskerd

Lukkassen zelf maakt duidelijk dat cultuurmarxisme geen complot is en nooit als zodanig bedoeld is. Neerhoff en Bakker gebruiken dus wel de analyse van Lukkassen. Vervolgens plaatsen ze Cliteur en Lukkassen toch in het ‘complotgekkie’ frame, waardoor discussie in feite niet meer mogelijk is. Dat is erg jammer. Ze zouden een voorbeeld kunnen nemen aan Astrid Oosenbrug (PvdA), die in een recente podcast verklaarde dat wat Lukkassen verkondigt juist ijzersterk is doordacht. Zo kan het ook, zonder het eens te hoeven zijn met hem. Idem dito voor Cliteur.

De realiteit is dat cultuurmarxisme een heldere en navolgbare verklaring behelst van hoe het huidige linkse cultuurdenken historisch is ontstaan. Dit hangt vast aan de counter culture van de jaren ’60, die weer wortels heeft in o.a. de Frankfurter Schule.

Dat dit denken op grote schaal aansloeg bij linkse intellectuelen is geen kwestie van een vooropgezet complot maar van een natuurlijk proces. Links cultuurdenken was de norm in die kringen en is dit nog steeds. Het is dusdanig sterk geworden dat er sprake is van een kuddementaliteit. Wie van de kudde afwijkt krijgt het frame ‘verwarde man’ opgeplakt. Types als Neerhoff en Bakker kennen als geen ander de kracht van labels, en voelen zich kennelijk ontmaskerd door het benoemen van cultuurmarxisme.

Communisme verkeerd begrepen

Het verwijt dat Cliteur en Lukkassen het werk van Amerikaanse conservatieven zouden opknappen is volslagen ridicuul. Het concept cultuurmarxisme legt juist bloot hoe het marxistische denken redeneert in tegenstellingen tussen onderdrukten en onderdrukkers. Daarnaast identificeert het een messianistisch verlangen naar een omkering van de maatschappelijke orde. Dit is een utopistisch-eschatologische denkwijze die wortelt in de religieuze tradities van het Westen. Anders dan Amerikaanse conservatieven hebben Lukkassen en Cliteur nooit geprobeerd de Hebreeuws-christelijke inspiratie van dit denken te immuniseren tegen kritiek.

Vervolgens worden Cliteur en Lukkassen weggezet als “een stel gekkies”, om Lukkassen maar eens te quoten. Dit doen Neerhoff en Bakker vrij slinks via een andere definitie van cultuurmarxisme. Er wordt een sfeer geschapen waarin cultuurmarxisme complotachtig overkomt. Alleen Lukkassen en Cliteur, én hun ‘paleoconservatieve vriendjes’, zouden de term gebruiken omdat ze een natuurlijke afkeer hebben van socialisme. Walgelijk natuurlijk, want dat zou onmogelijk moeten zijn! Bovendien wordt Communisme verkeerd begrepen…

Laatste restjes barmhartigheid

Ja, rechts hervindt een stem en brengt na decennia van culturele dominantie weer een geluid dat naar eigen woorden zoekt. Niet achter iedere boom staat een cultuurmarxist de onvermoede bijganger op te wachten, heus dat gelooft niemand.

De analyse van Neerhoff en bakker eindigt in een troebele zoektocht met een centraal woord dat zo is uitgekauwd dat het retro wordt. “Zelfkritiek” moet er komen, maar nu écht. Niet dus. De analyse van de verder lovenswaardige heren schiet tekort als het aankomt op de historie van economisch denken. Er wordt reactionair vastgehouden aan reeds door wetenschappelijke vooruitgang ontkrachte thema’s. Er wordt, letterlijk, gepleit voor het afleggen van de laatste restjes barmhartigheid die politiek links nog heeft. Alleen hardvochtigheid blijft over. Geef mijn portie maar aan fikkie.

Niet in politiek links of rechts te vatten

Ten slotte raakt het steeds maar framen van hoe ‘rechts’ Lukkassen en Cliteur wel niet zouden zijn, kant noch wal. Zij presenteren juist analyses die vernieuwend zijn voor zowel politiek links als rechts. Want zouden we niet juist van ‘links’ mogen verwachten dat zij opkomen voor dissidente moslims? Of is dat een minderheid die niet telt? Lukkassen maakt thema’s die exclusief links waren – zoals arbeidsvreugde, seksuele politiek en identiteit uit vakmanschap – op een nieuwe en bevlogen wijze actueel. Op een enkele uitzondering na is die hernieuwing aan dovemansoren gericht. Logisch ook. Lukkassen en Cliteur redeneren niet zozeer in het politieke. Zij ontstijgen dit door zich te richten op denkstructuren. Die zijn inderdaad niet in politiek links of rechts te vatten.

De vraag of ‘rechts’ dus even wil wachten met het gebruik van termen waarmee ‘links’ nog niet kan omgaan omdat er nog een échte zelfkritiek ontwikkeld moet worden, is dan ook een slappe afsluiter. Een vurig betoog voor links om nu eens écht de hand in eigen boezem te steken zou beter zijn geweest. Anders is het in politieke zin afgelopen en dat voelen beide heren, naar ik meen, ook aan.

 
 
   

Advertentie

 
 
 
Toon / Verberg Reacties  
 
 

Inloggen

 
 
 
 

 

(Be)Spaarvarken

Vergelijk en steun direct TPO! Voor iedere aankoop krijgt TPO een vergoeding.

 

  True managed webspace